wasmachine-info.nl

Waar zoek je naar?

Typ om de artikelen te doorzoeken.

    Doe de keuzehulp

    Geschiedenis van de wasmachine

    De wasmachine heeft niet één uitvinder of geboortejaar. Handbediende ontwerpen bestonden al in de achttiende eeuw, elektrische toestellen kwamen rond 1900 op en daarna volgden volautomaten. In Nederland werd de machine vooral in de jaren 50 en 60 gewoon. Elke stap nam een ander deel van de wasdag over.

    De wasmachine nam zwaar handwerk stap voor stap over. Eerst hoefde je minder te schrobben, daarna niet meer zelf te draaien en uiteindelijk ook niet meer naast de kuip te blijven staan voor het spoelen en uitwringen. Rond 1900 kwamen elektrische toestellen op, en in 1937 bracht Bendix een vroege volautomaat op de markt.

    Dat betekende nog niet dat iedereen meteen thuis een machine had. Aansluitingen, geld en ideeën over goed huishouden bepaalden hoe snel hij ingeburgerd raakte. De Nederlandse doorbraak kwam na de oorlog. Wassen werd lichter, maar mensen gingen ook vaker wassen. De machine van nu bouwt op die geschiedenis voort: beweging, warmte, wasmiddel en tijd doen samen het werk, met bij een zuinig programma vooral méér tijd en minder warmte.

    Alle 12 onderwerpen
    01De ontwikkeling in stappen02De was vóór de machine03Het washuis als ontmoetingsplek04Wie vond hem uit?05De eerste hulp thuis06Een motor voor de was07Drie manieren van wassen08De komst van de droger09De Nederlandse doorbraak10Water, energie en de machine van nu11Hoe oud is jouw machine?12Veelgestelde vragen

    Hoe ging de wasmachine van wasbord naar volautomaat?

    Er zitten 4 grote sprongen in dat verhaal. Eerst hielp een mechanisme de was door het water te bewegen. Daarna nam een elektromotor het draaien over. Wringen en centrifugeren maakten het uitknijpen lichter. Met automatische besturing kon de machine uiteindelijk zelf doorgaan van wassen naar spoelen en centrifugeren. Elektrisch betekent dus dat een motor het werk aandrijft, volautomatisch dat de machine ook de opeenvolgende stappen regelt. Die ontwikkelingen liepen deels naast elkaar: oudere machines bleven in gebruik toen de nieuwe al te koop waren.

    Bij elke stap verandert hoe beweging, warmte, wasmiddel en tijd samenwerken. Aan de rivier deden beweging en tijd bijna al het werk. De trommelmachine nam de beweging over, en de opmars van synthetische wasmiddelen in de jaren 50 zette de chemie flink harder aan het werk. De zuinige machine van nu draait dat deels weer terug. Vooral minder warmte, en dat compenseert hij met meer tijd. De precieze trommelbeweging hangt van het programma af.

    Tijdlijn: belangrijkste mijlpalen

    Mijlpalen en wat ze veranderden
    Jaar Gebeurtenis Wat het de gebruiker opleverde
    Oudheid As en andere alkalische middelen helpen bij het reinigen Mensen gebruiken wat beschikbaar is om vet en vuil los te krijgen
    1767 Jacob Christian Schäffer publiceert zijn wasmachine-ontwerp Een handbediend mechanisme neemt een deel van het schrobben over
    1797 Nathaniel Briggs krijgt op 28 maart een Amerikaans wasmachinepatent Een vroege stap in de reeks patenten op hulp bij het wassen
    1851 James King ontwikkelt zijn handbediende wasapparaat Mechanische beweging helpt bij het wassen; een motor ontbreekt nog
    19e eeuw Wringers met rollen verlichten het uitknijpen Minder met de handen wringen, maar nog wel het wasgoed doorvoeren
    Rond 1900 Handbediende machines krijgen elektrische aandrijving De motor draait, de wasser niet meer
    Circa 1907 De elektrische Thor van Hurley verschijnt Een bekend vroeg elektrisch toestel, geen onbetwiste wereldprimeur
    1910 Miele verkoopt een machine met motor en aangedreven wringer Eén aandrijving helpt bij twee zware handelingen
    Jaren 20 Sommige machines combineren wassen met centrifugeren Water uitslingeren wordt onderdeel van het apparaat
    1937 Bendix brengt een automatische huishoudwasmachine uit Wassen, spoelen en centrifugeren in één automatische cyclus
    Jaren 50–60 Wasmachines raken ingeburgerd in Nederlandse huishoudens Steeds meer gezinnen hoeven minder zwaar handwerk te doen
    Vanaf de jaren 80 Elektronica neemt steeds meer besturing over Meer mogelijkheden voor regeling en bediening van programma’s
    Heden Zuinige programma’s wassen met minder warmte en meer tijd Minder stroom voor verwarmen, maar een langere wachttijd

    Hoe waste men vóór de wasmachine?

    Wassen was handwerk waar je een hele dag mee bezig was. Wasvrouwen zaten op hun knieën aan een beek of rivier en wreven het linnengoed over stenen of een houten wasbord. Zat er een vlek in, dan ging er zand bij. Een houten klopper hielp bij het losmaken van vuil; daarna moest het wasgoed nog worden gespoeld en uitgewrongen. Zwaar genoeg om er een apart beroep van te maken.

    Voor het reinigen zelf pakten mensen vaak wat beschikbaar en betaalbaar was. Zeep, brandstof en water hadden hun prijs. Die simpele rekensom kom je door de hele geschiedenis van het wassen tegen.

    • Houtas bevat kaliumverbindingen, waaronder potas. Water dat door zulke as liep, leverde een alkalisch wasmiddel op. De juiste as en dosering maakten verschil: een te sterke loog kon het linnengoed aantasten.
    • De Romeinen hadden wasserijen, de fullonicae, waar textiel onder meer in een vloeistof met urine werd getreden om het te reinigen en te ontvetten. Het was nog steeds zwaar werk: het middel deed niet alles voor je.
    Houten wasbord met geribbeld glas in een metalen wasteil met een doek
    Een wasbord en wasteil als hulpmiddelen bij handwas.

    De Nederlandse wasdag

    Bij veel gezinnen was wassen een grote klus die werd opgespaard. De was hoorde bij één vaste dag in de week, de wasdag, en dat was meestal maandag. Die dag begon met waskoken: het witgoed ging in een grote ketel op het vuur. Warmte en tijd deden daar het werk dat wij nu overlaten aan wasmiddel en aan de trommel.

    Daarna kwam het schrobben op het wasbord, gevolgd door uitwringen met de hand of door de mangel. Bleken was de laatste stap. Het natte linnen ging uitgespreid op de bleek, een grasveld waar de zon en het vocht de laatste vlekken uit de stof haalden. Voor het drogen was je daarna sterk van het weer afhankelijk.

    Waarom gebruikten wasserijen urine?

    In gegiste urine zit ammoniak, en dat hielp bij het losmaken van vet en vuil. Inzamelen maakte het bruikbaar voor wasserijen; gratis was het niet vanzelfsprekend. Keizer Vespasianus rook er zelfs belastinggeld in. Daar komt de uitdrukking Pecunia non olet vandaan, oftewel “geld stinkt niet” (bron: Suetonius, De Vita Caesarum).

    Wat vooral opvalt, is hoe lang mensen hiermee doorgingen. Ook in de latere Britse textielindustrie werd urine verzameld voor het wassen en ontvetten van wol (bron: Jenkins, D.T., The Cambridge History of Western Textiles). Wasvrouw, strijkster en perser waren in die tijd doodgewone beroepen in elke stad.

    Waarom stonden er openbare washuizen?

    Daar zaten twee redenen achter: hygiëne en water. Zonder een kraan en goede wasruimte thuis moest je ergens met je vuile linnen naartoe. Openbare washuizen boden water en een plek om te wassen; soms ook om te drogen. Overheden zagen zulke voorzieningen als een manier om de leefomstandigheden te verbeteren. In Engeland maakte een wet uit 1846 het gemeenten bijvoorbeeld makkelijker om bad- en washuizen te bouwen.

    Tijdens het wassen kwamen vrouwen ook met elkaar in contact. Naast een werkplek was het washuis een ontmoetingsplek, vandaar de bijnaam praathuis.

    Zodra er stromend water in de huizen kwam, verdwenen ze langzaam. De handelingen die je daar zag — bewegen, schrobben, spoelen en uitwringen — herken je terug in de problemen die machinebouwers probeerden op te lossen.

    Wie heeft de wasmachine uitgevonden?

    Niemand in zijn eentje. De wasmachine is een keten van patenten en verbeteringen door de eeuwen heen, waarin steeds iemand één deelprobleem oploste: de beweging, de aandrijving, het uitwringen en helemaal aan het eind het toezicht. Zoek je “de uitvinder”, dan kom je bij een andere naam uit afhankelijk van wat je precies bedoelt.

    De Duitse wetenschapper Jacob Christian Schäffer publiceerde in 1767 een uitgewerkt ontwerp voor een machine die het handwerk moest verlichten. Hij bouwde daarbij voort op eerdere ideeën.

    • 28 maart 1797, Nathaniel Briggs: een vroeg Amerikaans patent voor het wassen van kleding. Dat patent hoort bij de lange zoektocht om een zware huishoudelijke taak met een mechanisme te verlichten.
    • Negentiende eeuw: steeds meer ontwerpen combineren een kuip met een handbediend mechanisme. Wassen blijft werk, maar je hoeft niet meer ieder stuk voortdurend zelf over een wasbord te halen.
    • De rolwringer: twee rollen persen water uit het wasgoed. Zo wordt het uitknijpen lichter, al moet je ieder stuk nog zelf invoeren.
    • 1851, James King: een handbediend wasapparaat dat in zijn eigen publicatie wordt beschreven en aangeprezen. Het laat zien hoe uitvinders beweging, warm water en wasmiddel probeerden te combineren.
    • Machines met een wringer: wassen en water uitpersen komen dichter bij elkaar te staan. Ook bij een aangebouwde wringer moet je het natte wasgoed zelf van kuip naar rollen verplaatsen.
    • De wasketel of lessiveuse: heet sop circuleert door het linnengoed. Dat verlicht een ander deel van de klus dan een trommel: het herhaald opgieten van heet water. Zo liepen verschillende oplossingen naast elkaar.
    • Circa 1907, Alva J. Fisher en Hurley: de elektrische Thor. Een bewaard exemplaar staat in de collectie van The Henry Ford. Een bekend vroeg toestel, maar daarmee is Fisher niet automatisch de enige uitvinder van elektrisch wassen.
    • 1937, Bendix Home Appliances: een automatische huishoudmachine met een draaiende trommel. Wassen, spoelen en centrifugeren worden één cyclus.

    Hoe werkte een vroege wasmachine thuis?

    Die nam vooral het bewegen over. De rest deed je nog steeds zelf. De Franse Flandria maakte bijvoorbeeld de “Barboteuse”, die het Écomusée d’Alsace bij 1898 noemt. Zulke handbediende toestellen stonden naast de wasketel, de teil en het wasbord. Je regelde het water, het middel en het bewegen zelf; een programma dat alles achter elkaar afwerkte zat er niet in.

    Het toestel nam dus niet de hele wasdag over. Je zorgde zelf voor warm water en wasmiddel, en met de slinger hield je het mechanisme in beweging. Voor een gezin zonder personeel kon zo’n toestel het thuiswassen verlichten. Maar de wasketel, het spoelen en het drogen waren er nog steeds.

    Wanneer werd de wasmachine elektrisch?

    Aan het begin van de twintigste eeuw. De Thor van Hurley is een bekend vroeg voorbeeld: The Henry Ford bewaart een elektrisch exemplaar van circa 1907, met Alva J. Fisher als ontwerper. Elektrificatie betekende niet meteen dat alles automatisch ging. Bij veel vroege toestellen moest je het water en het spoelen nog zelf regelen. In de jaren twintig konden sommige machines op een hogere snelheid ook water uit de was slingeren.

    De stap van hand naar motor is een grote doorbraak, want vanaf toen kostte het bewegen van de was jou geen kracht meer. Daarna ging het hard. In 1908 richtten Joe Barlow en John Seelig het bedrijf op dat later Speed Queen ging heten. In 1911 verbeterden zij de elektrische aandrijving, en in 1915 kwam Speed Queen met een wringer die in meerdere richtingen kon worden gebruikt.

    Wat waren de gevaren van vroege wasmachines?

    Vroege elektrische wasmachines vroegen voortdurend aandacht van de gebruiker. Twee duidelijke risico’s waren de elektrische aandrijving in een natte omgeving en de draaiende wringer. Hoe goed de motor was afgeschermd en welke beveiligingen aanwezig waren, verschilde per toestel. Een beschermde motor maakte bovendien niet ineens alle andere handelingen veilig.

    De wringer stond bekend om nare ongelukken, met handen en armen die tussen de rollen kwamen. Sommige machines hadden al een ontkoppeling: Miele beschrijft die bijvoorbeeld bij zijn elektrische machine uit 1910. Dat nam het gevaar van handen of kleding tussen de rollen niet weg. Ook het bedienen zelf vroeg om je volle aandacht. Je bleef bij de machine staan, hevelde kokend water over en pakte het natte wasgoed met je handen aan. Een deurvergrendeling, een aardlekschakelaar in de meterkast en een automatische stop kwamen pas veel later.

    Handwringer met twee rubberen rollen, een slinger en schroefklemmen
    Met een handwringer werd overtollig water tussen twee rollen uit het wasgoed geperst.

    Wat is het verschil tussen een wringer-, agitator- en trommelwasmachine?

    Je komt verschillende oplossingen tegen, en die moet je even uit elkaar houden. Een wringer haalt water uit textiel; een agitator of trommel beweegt de was tijdens het wassen. Een wringermachine kan dus ook een roerwerk hebben. Hieronder vergelijken we drie herkenbare uitvoeringen: het toestel met losse wringer, de klassieke agitator-bovenlader en de moderne trommel-voorlader. Ze verschillen vooral in watergebruik en in hoeveel werk ze bij jou laten liggen.

    Schuif opzij om alle uitvoeringen te vergelijken

    Drie herkenbare uitvoeringen naast elkaar

    Drie herkenbare uitvoeringen naast elkaar
    Kenmerk Wringer / mangel Agitator-bovenlader Trommel-voorlader
    Beweging Roeren of slingeren, daarna door de rollen Roerwerk beweegt het wasgoed rond Horizontale trommel laat het wasgoed tuimelen
    Water in de kuip Vaak handmatig vullen en aftappen Klassieke modellen gebruiken een relatief volle kuip Relatief weinig water onder in de kuip
    Warm water Vaak apart verwarmen en toevoegen Vaak aanvoer van warm en koud water Meestal koud aanvoerwater dat de machine zelf verwarmt
    Water- en energiegebruik Hangt af van water, verwarming en hergebruik van sop Klassieke uitvoering gebruikt vaak meer water; programma kan korter zijn Veel modellen gebruiken minder water; eco duurt vaak langer
    Ruimte Kuip plus plek voor wringer en ander wasgerei Ruimte boven het deksel nodig Ruimte vóór de deur; onderbouw en stapelen alleen waar toegestaan
    Wat het van de gebruiker vroeg Vullen, overzetten, wringen en aftappen vragen aandacht Bij automatische uitvoering: laden, doseren en programma kiezen Laden, doseren en programma kiezen
    Waar en wanneer dominant Ook naast latere automatische machines gebruikt Lang een vertrouwd type in de Verenigde Staten Veelvoorkomend in Europese huishoudens

    Waarom koos Europa de voorlader en de VS de bovenlader?

    Daar spelen techniek én de manier waarop mensen wonen in mee. De agitator past bij goedkoop water, warm water dat zo uit de leiding komt en huizen met ruimte. Dat past bij veel Amerikaanse huishoudens, al staan daar ook voorladers. De trommel past bij dure energie, kleine woningen en water dat koud binnenkomt. Dat past bij veel Europese woningen, al bestaan ook hier verschillende uitvoeringen. Moet de machine het water zelf verwarmen, dan helpt minder water om energie te besparen.

    De keuze voor weinig water en het zelf verwarmen daarvan helpt verklaren waarom een voorlader zuinig kan wassen. Een ecoprogramma gebruikt vervolgens meer tijd om met minder warmte toch schoon te wassen. Maar niet elke Europese wasbeurt is lang en lauw: de gekozen temperatuur, belading en het programma blijven bepalend.

    Dyson koos juist een andere aanpak en bracht de CR01 uit: een wasmachine met 2 trommels die tegen elkaar in draaiden. De handleiding beschrijft hoe die tegengestelde beweging het wasgoed voortdurend verplaatst. Dat opvallende ontwerp werd geen algemene standaard. Het laat wel zien dat een andere verdeling tussen beweging, middel en tijd ook tot heel andere mechaniek kan leiden.

    Wanneer kwam de wasdroger, en waarom veel later?

    De droger raakte in Nederland later ingeburgerd dan de wasmachine. Niet ieder huishouden heeft er een nodig: een waslijn, een zolder en een beetje wind kunnen het wasgoed zonder stroom laten drogen. Wassen was ondertussen zwaar lichamelijk werk dat een machine direct kon verlichten. Miele bracht bijvoorbeeld in 1958 zijn eerste elektrische huishoud-droogtrommel uit; dat is een mijlpaal van dat merk, niet het begin van alle machinale droging.

    Wringer, centrifuge en droogtrommel zijn drie antwoorden op precies hetzelfde probleem: hoe krijg je het water uit textiel? De wringer perste het eruit met rollen. De centrifuge slingerde het eruit. Pas daarna haalde de droogtrommel het laatste vocht weg met warme lucht. Goed centrifugeren kost ook stroom, maar haalt met relatief weinig energie al veel water weg. Het resterende vocht moet daarna verdampen, aan de lijn of in een droger. Of dat laatste de aanschaf waard was, hing dus ook af van ruimte, weer, gemak en geld.

    Wanneer werd de wasmachine in Nederland gewoon?

    Vooral in de jaren vijftig en zestig raakte de wasmachine steeds gewoner. Een toestel met motor was overigens nog niet automatisch een volautomaat. Er stonden ook handbediende en halfautomatische machines, waarbij je zelf water moest toevoegen of de was moest overzetten. De bekende CBS-reeks over duurzame goederen begint in 1972, en Van Dorsts onderzoek geeft zicht op de periode daarvoor.

    Techniekhistorica Carianne van Dorst vond voor 1950 een wasmachine bij ongeveer een vijfde van de Nederlandse huishoudens, waaronder veel handbediende exemplaren. Haar onderzoek laat ook zien hoe de witte metalen kast, veranderende woningen en ideeën over het huishouden de acceptatie hielpen. Het apparaat werd dus niet alleen aantrekkelijk doordat er een motor in zat.

    Waarom pas toen, en niet eerder?

    De machine bestond al tientallen jaren. Voor een brede doorbraak moest ook het huis eromheen geschikt worden. De volgende ontwikkelingen kwamen na de oorlog voor steeds meer gezinnen samen:

    1. Elektrificatie van woonhuizen: zonder een aansluiting met genoeg vermogen draait er geen motor en verwarmt er geen element.
    2. Waterleiding in huis: zonder kraan en afvoer moest je elke emmer zelf halen en het waswater zelf wegdragen.
    3. Warm water: een bruikbare warmwatervoorziening of verwarming in de machine scheelde gesjouw met heet water. Niet elk ontwerp vroeg dus om dezelfde aansluiting.
    4. Welvaart: een automatische machine was voor veel gezinnen een grote uitgave. Wasserettes en wasserijen boden een andere manier om de was uit handen te geven, zonder zelf zo’n apparaat te kopen.
    5. Wasmiddelen: verbeterde middelen veranderden wat je met een bepaalde temperatuur en beweging kon bereiken. Voorkoken en apart bleken werden steeds minder vanzelfsprekend.
    6. De volautomaat: met automatische besturing hoefde niemand meer voor iedere stap naast de machine te staan. Daardoor kon de was makkelijker tussen andere bezigheden door.

    Ook fabrikanten bouwden hun aanwezigheid op. Miele begon volgens zijn eigen Nederlandse bedrijfshistorie in 1939 in Den Haag, aanvankelijk vooral voor onderdelen. In 1953 volgde Rotterdam. Thuiswassen bleef daarnaast bestaan naast het werk van professionele wasserijen.

    Hoe veranderde de wasmachine het huishouden?

    De wasmachine haalde het zwaarste lichamelijke werk uit het huishouden weg. Dat gaf vrouwen tijd voor een opleiding, voor werk buitenshuis en voor zichzelf. Hoe dat uitpakte, hing ook af van sociale verwachtingen en de verdeling van het werk thuis. Econoom Ha-Joon Chang schrijft in 23 Things They Don’t Tell You About Capitalism (2010) zelfs dat de wasmachine de samenleving meer heeft veranderd dan het internet.

    Er hoort wel een kanttekening bij. Naarmate wassen makkelijker werd, gingen mensen ook vaker wassen, en de eisen aan schone kleren gingen omhoog. Per wasbeurt was de winst enorm. Hoeveel tijd er per week echt overbleef, hangt dus ook af van hoe vaak er werd gewassen.

    Hoeveel water en energie kostte wassen vroeger vergeleken met nu?

    Een wasmachine gebruikt niet bij ieder programma evenveel water en stroom. Belading, temperatuur en spoelen maken veel verschil. Een modern voorbeeld is een Bosch-energielabel met 49 kWh per 100 ecowasbeurten en 50 liter per ecocyclus. Dat zijn gestandaardiseerde labelwaarden van één model, geen gemiddelde van alle moderne machines en geen verbruik van ieder programma.

    Het programma doet er dus toe, net als het apparaat dat je gebruikt. Een rekenvoorbeeld laat wél zien wat minder water betekent: stel dat een oude wasbeurt 80 liter kost en een nieuwe 45 tot 60 liter. Bij vier beurten per week, 52 weken lang, scheelt dat 4.160 tot 7.280 liter per jaar. Dat zijn gekozen rekenwaarden, geen gemeten historische gemiddelden.

    Waarom duurt een zuinig programma zo lang?

    Omdat de machine warmte inruilt voor tijd. Het energielabel gebruikt Eco 40-60 met een gewogen combinatie van volle, halve en kwartbelading, en juist dat programma bespaart door lauwer en langer te wassen. Het opwarmen van het water kost verreweg de meeste energie. Het draaien van de trommel vraagt in verhouding minder energie.

    Dat lange ecoprogramma is dus geen ontwerpfout. Het is dezelfde ruil die wassen ooit een dagtaak maakte: zet je minder warmte, beweging of wasmiddel in, dan moet tijd het verschil goedmaken.

    De milieulast is verplaatst, niet opgelost

    In de beginjaren spuiden wasserijen hun zeepwater zo de rivieren en kanalen in. Er gingen vissen dood en het water raakte vervuild. De synthetische wasmiddelen uit de jaren 50 maakten het anders, niet beter. Fosfaten leidden tot eutrofiëring: algen gingen woekeren en bij de afbraak van afgestorven algen werd zuurstof verbruikt. Er kwamen alternatieven en beperkingen voor fosfor. De EU stelde bijvoorbeeld vanaf 30 juni 2013 een grens aan het totale fosforgehalte van huishoudwasmiddelen.

    Bij microvezels zie je een nieuw probleem. Synthetische kleding zoals polyester, nylon en acryl kan tijdens het wassen kleine kunststofvezels afgeven. Afvang en behandeling van afvalwater maken verschil, maar uit het water halen betekent nog niet dat kunststof is verdwenen. De Franse AGEC-wet uit 2020 voorzag vanaf 2025 in een oplossing om zulke uitstoot bij nieuwe wasmachines te beperken. Een parlementaire vraag van 11 augustus 2026 meldde echter dat het benodigde uitvoeringsbesluit nog ontbrak.

    Wat zie je terug in de machine van nu?

    In veel Nederlandse bijkeukens staat nog steeds een trommelmachine die automatisch wast, spoelt en centrifugeert. De grondgedachte herken je in oudere ontwerpen. Elektronica heeft de besturing verder verfijnd, maar ook vóór de microprocessor konden machines temperatuur, beweging en programmafasen regelen.

    Drie oude afwegingen zie je nu nog dagelijks terug. Bij een ecoprogramma krijgt de machine meer tijd om met minder warmte te wassen. Een hoger centrifugetoerental kan droogwerk schelen, maar stelt ook eisen aan balans en constructie. Bij een machine die zelf koud water opwarmt, helpt een kleinere hoeveelheid water om het energiegebruik te beperken. Zo werken oudere ontwerpkeuzes nog door in het watergebruik, de programmaduur en het drogen van je was.

    Hoe een moderne machine dat allemaal regelt, van sensoren tot dosering en het type motor, lees je in de uitleg over de werking van een wasmachine, over automatische wasmiddeldosering en over koolborstelloze motoren. Ook geluidsbeperking heeft aandacht gekregen, al is niet ieder nieuw model stiller dan ieder oud model. Wat op deze site als stil telt, staat op de pagina over de stille wasmachine.

    Uit welke periode stamt mijn oude wasmachine?

    Kijk naar de bediening en naar de manier waarop het water eruit gaat. Die geven aanwijzingen, geen sluitende datering. Zoek je het bouwjaar van jouw apparaat? Noteer het type- en serienummer van het typeplaatje en vraag de fabrikant welk bouwjaar daarbij hoort. Alleen het uiterlijk geeft geen betrouwbare datum.

    • Wringer of losse centrifuge: herkenbare oudere technieken, maar ze bleven ook bestaan toen automatische machines al verkrijgbaar waren.
    • Mechanische tijdklok met een hoorbaar doorklikkende knop: wijst op elektromechanische besturing; het model bepaalt uit welke periode hij komt.
    • Drukknoppen en vaste programma’s: bewijzen op zichzelf geen microprocessor of bouwjaar na 1980. Ook oudere besturing kon knoppen en programma’s hebben.
    • Display met resttijd: past bij elektronische besturing, maar ook daarvoor heb je het modelnummer nodig om te dateren.

    Let ook op hoe hij gebouwd is. Geëmailleerd plaatstaal en een zware kuip komen ook bij oude machines voor, maar dateren het toestel niet. Het typeplaatje met het type- en serienummer zit meestal op de achterkant, in de deuropening onder de rubberrand of achter het klepje van het pompfilter. Met dat serienummer kan de servicedienst van de fabrikant je vertellen uit welk jaar hij komt.

    Veelgestelde vragen over de geschiedenis van de wasmachine

    Wanneer is de wasmachine uitgevonden en hoe oud is hij?

    Wanneer is de wasmachine uitgevonden en hoe oud is hij?

    Mechanische hulp bij het wassen bestaat al eeuwen, zonder één beginjaar. Schäffer publiceerde zijn ontwerp in 1767, Briggs kreeg op 28 maart 1797 een Amerikaans wasmachinepatent en in de negentiende eeuw volgden allerlei handbediende verbeteringen. Elektrische huishoudtoestellen kwamen rond het begin van de twintigste eeuw op; de automatische Bendix uit 1937 was een latere stap.

    Wie heeft de wasmachine uitgevonden?

    Wie heeft de wasmachine uitgevonden?

    Niemand in zijn eentje. Schäffer, Briggs en King horen bij de vroege ontwerpen en patenten. Fisher wordt verbonden aan de elektrische Thor. Bendix bracht in 1937 een automatische huishoudmachine uit. Iedereen loste een ander deel van de wasklus op.

    Was de Thor de eerste elektrische wasmachine?

    Was de Thor de eerste elektrische wasmachine?

    De Thor van Hurley is een bekend vroeg elektrisch toestel. The Henry Ford bewaart een exemplaar van circa 1907. Daarmee kun je die machine en periode goed aanwijzen, maar niet zonder meer bewijzen dat hij wereldwijd de allereerste was.