Waar let je op bij het kopen van een Beko wasmachine?
Er zijn vijf dingen die ertoe doen: het vulgewicht, het energielabel, het toerental bij het centrifugeren met de bijbehorende restvochtklasse, het geluid en de maten. Eén ding vooraf, want dat wordt vaak vergeten: alle waarden op het label komen van hetzelfde programma, Eco 40-60. Het verbruik, het water, het wasresultaat, het restvocht, het geluid en de duur van het programma zijn daar allemaal op gemeten. Draai je standaard een kort programma, dan haal je geen van die waarden.
Vulgewicht
Bij Beko loopt het aanbod van 6 tot 10 kg. Woon je alleen of met z’n tweeën en was je twee keer per week? Dan is 6 of 7 kg genoeg. Met drie of vier personen kies je 8 kg. Was je vaak beddengoed, of wonen er meer mensen in huis, dan is 9 of 10 kg handiger. Er zit wel een keerzijde aan een grote trommel. Hij kost meer bij de aanschaf, en met kleine ladingen was je onzuinig. Het verbruik per beurt daalt namelijk niet net zo hard mee als de vulling. Meer uitleg lees je op onze pagina over het juiste vulgewicht.
Energielabel en wat een was je kost
Veel Beko’s hebben energielabel A. Op het label staat het verbruik in kWh per 100 wasbeurten op Eco 40-60, dus niet per jaar. Voor een Beko-voorlader komt dat neer op zo’n 47 tot 49 kWh per 100 wasbeurten. Reken liever je eigen kosten uit dan dat je met een gemiddelde werkt:
- Stroomkosten per jaar = (kWh per 100 beurten ÷ 100) × jouw aantal wasbeurten per jaar × jouw kWh-tarief.
- Waterkosten per jaar = liter per wasbeurt × jouw aantal wasbeurten × jouw m³-tarief ÷ 1000.
- Terugverdientijd van een zuiniger model = de meerprijs ÷ het jaarlijkse verschil in kosten.
Allebei die getallen staan op het energielabel van elk model, dus je kunt twee labels zo naast elkaar leggen. Vul je eigen tarief in. Tarieven verschillen per contract en veranderen steeds, dus een vast bedrag noemen heeft weinig zin (prijspeil 2026). Meer achtergrond staat in onze uitleg van het energielabel.
Centrifugetoerental en restvocht
Kijk niet alleen naar het toerental, maar naar de centrifugeerklasse op het label. Die zegt hoeveel vocht er na het centrifugeren nog in je was zit, en dat bepaalt hoe lang je droger of je rek bezig is. Klasse A betekent minder dan 45% restvocht en klasse B zit tussen 45 en 54%.
Bij 1200 toeren blijft er ongeveer 52% vocht achter, bij 1400 toeren rond de 50% en bij 1600 toeren rond de 44%. Die cijfers komen van adviesbronnen en niet uit een norm, dus zie ze als richting. Wat je eraan hebt: van 1200 naar 1400 toeren scheelt maar zo’n 2 procentpunt, en van 1400 naar 1600 zo’n 6. Een machine op 1400 toeren haalt daarmee niet de hoogste centrifugeerklasse. Daarvoor moet je rond de 1600 toeren zitten.
In water uitgedrukt wordt het concreter. Restvocht is een percentage van het droge gewicht. Bij 8 kg was is 50% restvocht ongeveer 4 liter, en 44% ongeveer 3,5 liter. Het verschil tussen 1200 en 1400 toeren gaat bij diezelfde lading om zo’n 0,16 liter. Bronnen verschillen over hoeveel droogtijd je daarmee wint, dus reken je daar niet rijk aan.
En er is een keerzijde. Hoe hoger het toerental, hoe droger je was uit de machine komt, maar hoe harder je kleding het te verduren krijgt. Je kunt meer kreuk en meer slijtage aan de vezels verwachten. Was je veel fijne kleding, dan is een lager toerental prettiger.
Geluidsniveau
Op het energielabel staat het geluid in dB(A), gemeten tijdens het centrifugeren op Eco 40-60, plus een geluidsklasse. Klasse A zit onder 73 dB(A), en boven 77 dB(A) kom je in klasse C of D. Beko-voorladers zitten bij het centrifugeren meestal rond de 75 dB, dus precies tussen die grenzen in. Middenmoot dus, en niet de stilste klasse.
Tijdens het wassen zelf is een machine een stuk stiller dan tijdens het centrifugeren. Dat centrifugegeluid is de piek waar je last van krijgt. Staat de machine naast een slaapkamer of in een open keuken? Kijk dan naar de geluidsklasse op het label van dat specifieke model en niet naar het woord “stil” in een productomschrijving. Meer tips lees je op onze pagina over stille wasmachines.
Afmetingen en inbouwdiepte
Een gewone voorlader is ongeveer 85 cm hoog en 60 cm breed. De diepte is de wisselende maat. Die verschilt per model en bepaalt of de machine in je nis of onder je aanrecht past. Meet dus je nis en de vrije hoogte onder het werkblad, en leg die naast de diepte die de fabrikant opgeeft. Hoe je dat aanpakt, lees je verderop bij ruimte en aansluiten.