wasmachine-info.nl

Waar zoek je naar?

Typ om de artikelen te doorzoeken.

    Doe de keuzehulp

    Centrifugeren: wat het doet en welk toerental past

    Na het wassen draait de trommel nog even flink door. Daarmee haalt de machine water uit je kleding, zodat er minder hoeft te verdampen aan de lijn of in de droger. Hoe hard hij draait, stem je af op de stof en het wasprogramma.

    Bekijk het toerental per stof
    Een witte wasmachine met gesloten deur en was achter het glas in een gewone wasruimte.

    In het kort

    Centrifugeren haalt een deel van het water uit nat wasgoed door de trommel snel rond te draaien. Het water gaat via de gaatjes naar de kuip en wordt weggepompt. Het vocht dat in de kleding achterblijft, heet restvocht: 5 kilo droge was weegt bij 50% restvocht nog 7,5 kilo.

    Een hoger toerental kan het nadrogen verkorten, maar kies eerst het programma dat bij het wasetiket past. Stevige katoenen handdoeken kunnen vaak hoger dan een fijne blouse. Bij wol telt het hele wasritme: volg het wolprogramma en het etiket. Ook restvocht en droogkosten hangen af van de machine, belading en het programma. 1400 of 1.600 toeren vertelt dus niet het hele verhaal.

    De drie hoofdstukken
    01Wat gebeurt er in de trommel?02Het toerental kiezen03Drogen en kleding ontzien

    Hoe centrifugeren precies werkt

    Je hebt de was net gedaan en haalt de trommel leeg. De ene keer voelt alles bijna droog aan, de andere keer druipt je spijkerbroek nog na. Dat verschil kan met centrifugeren te maken hebben, maar ook met de stof, belading of een probleem met afpompen.

    Centrifugeren is eigenlijk niets meer dan heel hard ronddraaien. De trommel maakt zoveel snelheid dat het water uit de vezels wordt geduwd, richting de trommelwand. Via de gaatjes in die wand loopt het water naar de kuip eromheen, waarna de pomp het afvoert.

    Bij dezelfde was en een passend programma haalt sneller centrifugeren doorgaans meer water uit de kleding. Dat draaitempo heet het toerental, oftewel het aantal rondjes per minuut. Je ziet het vaak op de machine staan als 1200, 1400 of 1.600 toeren.

    Wat restvocht betekent

    Wat er na het centrifugeren nog in de stof achterblijft, noemen we het restvocht. Dat wordt uitgedrukt in een percentage van het gewicht van de droge was. Zit er 50% restvocht in, dan weegt 5 kilo droge was na het centrifugeren zo’n 7,5 kilo.

    Minder restvocht betekent dat je was droger uit de machine komt en daarna sneller droog is. Aan de waslijn hangt de tijdwinst ook af van weer en ventilatie; in de droger kan het tijd en stroom schelen. Dat klinkt als een simpele rekensom: hoe hoger het toerental, hoe beter. Toch is het goed om daar iets genuanceerder naar te kijken, want niet elke stof kan tegen zo’n hoge snelheid en het extra voordeel hangt af van de machine, het programma en de belading.

    Zo kies je het juiste toerental voor je was

    Een katoenen handdoek en een fijne wollen trui liggen afzonderlijk op een huishoudtafel.
    Katoen en wol hebben een verschillende structuur.

    Niet elke stof verdraagt hetzelfde toerental. Gebruik dit overzicht als uitgangspunt, nadat je het wasetiket en het passende programma hebt bekeken. De genoemde toerentallen zijn geen veiligheidsgrenzen voor ieder kledingstuk:

    Eerst het etiket, dan het toerental
    Stof Toerental Waar let je op?
    Katoen 1200 – 1600 Voor stevig katoen als het etiket dit toelaat
    Synthetisch 800 – 1200 Kreukgevoelig: passend programma, eventueel lager
    Delicaat 400 – 800 Fijnwasadvies en constructie van het kledingstuk
    Wol Volg het wolprogramma en het etiket Wasbeweging en toerental verschillen per wolprogramma

    De bereiken zijn een uitgangspunt; het passende programma en etiket gaan voor. Schuif opzij voor de hele tabel

    Stevig katoen kan vaak op 1200 tot 1.600 toeren, als het etiket en het programma dit toelaten. Fijn voor handdoeken en beddengoed die je snel wil drogen. Synthetische stoffen zoals polyester en nylon kunnen kreukgevoelig zijn; 800 tot 1.200 toeren is een gebruikelijk uitgangspunt, geen verplicht bereik. Voor lingerie, zijde of dunne blouses kies je het bijbehorende fijnwasprogramma. 400 tot 800 toeren kan daarbij passen, maar kijk naar het kledingstuk. Bij wol is ook de beweging tijdens het wassen belangrijk. Bosch WGG244ZONL laat in het wolprogramma maximaal 800 toeren toe; Miele WQ 1200 WPS noemt 1000.

    Laag of hoog: wanneer kies je wat?

    Kijk naar de stof én wat je daarna met de was doet. Stevige handdoeken en beddengoed kunnen vaak op een hoog toerental. Kijk bij spijkerbroeken ook naar stretch en het jeansprogramma. Bij kwetsbare, nieuwe of kreukgevoelige kleding is lager centrifugeren slimmer. De was komt wat natter uit de machine, maar je verkleint bij daarvoor gevoelig textiel de kans op kreuken of vervorming. Dat vinden we een prima ruil. Bij de meeste wasmachines pas je het toerental gewoon aan naast het programma. Sommige machines bieden ook de optie om helemaal niet te centrifugeren. Gebruik die als het kledingvoorschrift of programma dat vraagt. Druk kwetsbare was voorzichtig uit als dat mag; niet wringen. Je was blijft dan wel flink nat, dus houd daar rekening mee.

    Wat het toerental doet met drogen en slijtage

    Hoe hoger toerental tijd en stroom bespaart

    Deze tabel geeft een concreet voorbeeld uit een oudere Bosch-drogerhandleiding (document 9000496841), voor 7 kilo katoen op kastdroog. Het zijn fabrikantwaarden voor die droogproef, geen vaste restvochtpercentages of droogtijden voor iedere wasmachine:

    Eén droogproef, drie uitgangspunten
    ToerentalRestvochtDroogtijd
    800Circa 70%150 minuten
    1000Circa 60%131 minuten
    1400Circa 50%112 minuten

    Bosch document 9000496841, 7 kg katoen, kastdroog. Geen algemene norm voor alle machines. Schuif opzij voor de hele tabel

    Gebruik je na het wassen een droger, dan helpt een drogere start. In hetzelfde Bosch-voorbeeld daalt het droogverbruik van 1,86 kWh na 800 toeren naar 1,35 kWh na 1.400 toeren. Het verschil is 0,51 kWh per beurt. Reken je met 150 van deze volle droogbeurten en een gekozen stroomprijs van € 0,40 per kWh, dan kom je op 76,5 kWh en € 30,60 per jaar. Bij een andere droger, belading of stroomprijs verandert de uitkomst. Ook een warmtepompdroger heeft minder water te verdampen als de was droger begint. Of 1.600 toeren merkbaar meer oplevert dan 1400, kun je niet uit deze tabel afleiden; die stand is hier niet opgenomen.

    Een katoenen handdoek en enkele kledingstukken hangen met ruimte ertussen op een droogrek.
    Een handdoek en kleding op het droogrek.

    Zo ontzie je kwetsbare kleding

    Een passend programma helpt om kwetsbare kleding te ontzien. Let daarbij niet alleen op het toerental, maar ook op wasbeweging, temperatuur, belading en het etiket. Dit zijn de onderdelen die aandacht vragen:

    • Vezels: kies bij dunne of kwetsbare stoffen het voorgeschreven zachte programma
    • Naden: controleer losse stiksels voordat je het kledingstuk wast
    • Elastiek: volg het etiket bij stretch, lingerie en sportkleding
    • Vorm: geef truien, T-shirts en breisels de was- en droogbehandeling van het etiket
    • Delicate materialen: viscose, zijde, kant en dunne wol vragen niet allemaal hetzelfde programma

    De was wordt tijdens centrifugeren tegen de trommelwand gedrukt. Hoe een kledingstuk daarop reageert, hangt ook af van de stof en constructie. Trillingen en geluid hangen bovendien af van machine, plaatsing en belading. Zet de machine waterpas en combineer losse grote en kleine stukken binnen de toegestane belading. De onbalansbeveiliging kan het toerental verlagen als de was slecht verdeeld ligt. Bonkt of verschuift de machine toch sterk? Stop volgens de handleiding en controleer de opstelling. Bij kwetsbare of favoriete kleding blijft het etiket het beste vertrekpunt.

    Geef de was
    de juiste ruimte

    De toegestane hoeveelheid wasgoed verschilt per programma. Dat helpt ook bij een gelijkmatige verdeling in de trommel.

    Lees over het vullen van de trommel