wasmachine-info.nl

Waar zoek je naar?

Typ om de artikelen te doorzoeken.

    Doe de keuzehulp

    Zuinigste wasmachine: verbruik en kosten uitgelegd

    Kies voor weinig stroomverbruik een wasmachine met een passende trommel en een laag aantal kWh per 100 Eco 40-60-beurten. Vergelijk daarnaast het waterverbruik per beurt. Klasse A is de zuinigste labelklasse, maar ook daarbinnen zijn verschillen. Reken met jouw aantal wasbeurten om te zien wat je bespaart.
    Bereken je waskosten
    Witte wasmachine met een kleine wasmand in een eenvoudige wasruimte.

    In het kort

    Een zuinige wasmachine gebruikt weinig stroom en water voor de hoeveelheid was die hij schoon krijgt. Het energielabel helpt vergelijken: daarop staan kWh per 100 beurten en liters per beurt voor Eco 40-60. Kijk naar die cijfers én naar de trommelinhoud. Twee machines met dezelfde letter kunnen verschillende verbruiken hebben.

    Je eigen kosten hangen af van het aantal wasbeurten, je tarieven, de programma’s en je dosering. Reken daarom ook het wasmiddel mee. Een lager verbruik verdient een hogere aanschafprijs niet vanzelf terug. Een passende trommel, een geschikte Eco-was en verstandig doseren kunnen helpen. Automatische functies nemen niet alle keuzes van je over.

    De 3 hoofdstukken
    01Reken je waskosten uit02Trommel en programma03Wat doen slimme functies?

    Zo bereken je jouw echte waskosten

    Vergelijk stroom, water en wasmiddel samen als je wilt weten welke machine het goedkoopst wast. Twee machines met energielabel A en een vergelijkbare aanschafprijs kunnen toch verschillende jaarkosten hebben. Gebruik voor beide dezelfde tarieven en je eigen aantal wasbeurten.

    Wat het energielabel je wel en niet vertelt

    Op het energielabel staan 2 getallen die er echt toe doen: het stroomverbruik in kWh per 100 wasbeurten en het waterverbruik in liters per wasbeurt. Het zijn gewogen waarden van het Eco 40-60-programma bij verschillende beladingen. Het label hoort dus bij een vaste meetmethode, niet bij iedere was die jij thuis draait.

    Was je vaker heet, draai je kleine ladingen of kies je korte programma’s omdat je haast hebt? Dan kan je verbruik afwijken. Kijk waar mogelijk ook naar de programmatabel in de handleiding.

    Staar je dus niet blind op die letter. Ook binnen klasse A verschillen de kWh- en literwaarden, en een grotere trommel heeft een andere capaciteit dan een kleine. Vergelijk machines die passen bij jouw was. Pak van elke kandidaat het energielabel erbij. Scan zo nodig de QR-code om de productgegevens in de Europese database EPREL te bekijken.

    1. Noteer de trommelinhoud en kies eerst welke capaciteit bij jouw ladingen past.
    2. Vergelijk de kWh per 100 beurten en liters per beurt. Een lagere waarde betekent minder verbruik volgens dezelfde Eco-meetmethode, niet automatisch minder kosten bij ieder programma.
    3. Reken de verschillen om met jouw aantal wasbeurten en tarieven. Vergelijk die besparing met het prijsverschil bij aanschaf.

    De getallen hieronder zijn een rekenscenario om kosten zichtbaar te maken. Je kunt ze vervangen door de cijfers van jouw machine en tarieven.

    Van labelgetal naar jaarkosten

    Je jaarkosten reken je zo uit:

    • Stroom: kWh per 100 wasbeurten ÷ 100 × jouw aantal wasbeurten per jaar × je stroomprijs
    • Water: liters per wasbeurt × aantal wasbeurten ÷ 1.000 × je waterprijs per m³
    • Wasmiddel: aantal wasbeurten × je kosten per dosering

    Even concreet. Stel je bent met z’n vieren en draait 220 wasbeurten per jaar. Dat is ongeveer 4 keer per week. Voor dit rekenvoorbeeld kiezen we € 0,40 per kWh stroom, € 1,40 per m³ water en € 0,25 wasmiddel per beurt. Je machine gebruikt gemiddeld 0,6 kWh en 45 liter per eco-was. Dit zijn aannames, geen actuele tarieven. Dan ziet dat er zo uit:

    Een voorbeeld met 220 wasbeurten per jaar
    Kostenpost Berekening Kosten per jaar
    Stroom 132 kWh × € 0,40 € 52,80
    Water 9,9 m³ × € 1,40 € 13,86
    Wasmiddel 220 × € 0,25 € 55,00
    Totaal € 121,66

    Gekozen tarieven en verbruiken. Vaste kosten, aanschaf, onderhoud en drogen zijn niet meegerekend.

    Wat in dit voorbeeld vooral opvalt: wasmiddel is de grootste kostenpost. Groter dan stroom, en bijna 4 keer zo groot als water. Dat bedrag kan makkelijk buiten beeld blijven wanneer je alleen op het energielabel let, terwijl je er wel elke week geld aan uitgeeft. Vaste waterkosten, aanschaf, onderhoud en eventueel drogen zitten niet in deze rekensom.

    Rekenmachine, blanco notitieboek en pen op een gebruikte keukentafel.
    Met je eigen aantallen wasbeurten en tarieven kun je de kosten vergelijken.

    Wat levert een zuinigere machine op?

    Kies je in hetzelfde voorbeeld een machine die gemiddeld 0,45 kWh en 38 liter gebruikt in plaats van 0,6 kWh en 45 liter? Dan bespaar je bij 220 beurten € 13,20 stroom en ongeveer € 2,16 water: samen € 15,36 per jaar. Bij 10 jaar gebruik en gelijkblijvende tarieven is dat ongeveer € 154.

    Is die zuinigere machine € 250 duurder? Dan duurt het in dit voorbeeld ruim 16 jaar om dat verschil via stroom en water terug te verdienen. Dat is langer dan de 10 jaar waarmee we hier rekenen, geen voorspelling van de levensduur. Was je minder vaak dan 220 keer per jaar, bijvoorbeeld omdat je alleen woont? Dan loopt de terugverdientijd verder op.

    Een lager verbruik maakt een duurdere machine dus niet vanzelf de goedkoopste keuze. Reken het verschil door met jouw aantal wasbeurten. Bekijk daarnaast of andere eigenschappen de meerprijs voor jou waard zijn.

    Kies trommel en programma voor minder verbruik

    Kies de juiste trommelmaat voor jouw huishouden

    Een passende trommelgrootte kies je op basis van je huishouden én de was die je per keer verzamelt. Voor 1 of 2 personen kan 5 tot 7 kilo genoeg zijn. Een gezin met kinderen komt vaak bij 8 tot 9 kilo uit. En als je met veel mensen woont of vaak beddengoed en grote dekens wast, kan 10 kilo of meer handig zijn. Zie dit als oriëntatie: de omvang van je was en de toegestane belading per programma zijn doorslaggevend. Weeg een paar gebruikelijke ladingen droog, bijvoorbeeld met een wasmand op de weegschaal en het gewicht van de lege mand eraf. Vergelijk dat met de maximale belading van de programma’s die je gebruikt. Fijnwas kan een veel lager maximum hebben dan katoen.

    Een grotere trommel komt vooral tot zijn recht als je er voldoende passende was voor hebt. Een halfvolle machine gebruikt meestal niet precies de helft van de stroom en het water van een volle. Moderne machines met een beladingssensor passen het programma aan, maar daaruit volgt niet automatisch dat een volle 7-kilo machine altijd zuiniger is dan een deels gevulde 9-kilo machine. Daarvoor moet je de concrete verbruiken en het aantal benodigde beurten vergelijken.

    Zie de tabel hieronder voor een snelle keuzehulp:

    Trommelinhoud als eerste oriëntatie
    Huishouden Trommel
    1–2 personen 5–7 kg als oriëntatie
    Gezin met kinderen 8–9 kg als oriëntatie
    Groot huishouden 10+ kg

    Kijk vooral naar de hoeveelheid was die je per programma tegelijk wilt wassen.

    Losse katoenen handdoeken en shirts in een kunststof wasmand.
    De hoeveelheid en het soort wasgoed bepalen welke lading bij elkaar past.

    Eco 40-60: zuinig voor geschikte was

    Je programmakeuze bepaalt voor een groot deel wat je verbruikt. Eco 40-60 is bedoeld voor normaal vuil katoen dat op 40 of 60 °C gewassen mag worden. Het combineert een lagere temperatuur met meer tijd. Dat kan stroom besparen ten opzichte van een gewoon katoenprogramma. Extra spoelen vraagt extra water. Een korter programma is niet automatisch zuiniger.

    In onderzoek van de Consumentenbond gebruikte Eco 40-60 minder stroom en water dan katoen 40 °C, maar waste het gemiddeld wat minder schoon en spoelde het wasmiddel minder goed uit. Het duurt vaak lang. Bij hardnekkig vuil of een specifiek hygiënevoorschrift kan een ander passend programma nodig zijn. Kies het programma dus voor de was die erin gaat, en niet alleen voor het laagste stroomverbruik.

    Gebruik slimme functies om zuiniger te wassen

    Beladingssensor: slim omgaan met kleine ladingen

    Een beladingssensor schat hoeveel was er in de trommel zit en past bijvoorbeeld water, tijd en energiegebruik daarop aan. Handig als je niet elke keer evenveel wast. Hoeveel dat bespaart, verschilt per machine, programma en belading. Vergelijk het verbruik bij verschillende beladingen als de fabrikant dat vermeldt.

    Auto-dosering: hulp bij de juiste hoeveelheid

    Met auto-dosering voegt de machine wasmiddel toe op basis van het systeem en je instellingen. Dat kan overdoseren beperken. Miele noemt voor TwinDos tot 30% minder wasmiddel onder de genoemde testvoorwaarden. Dat is geen garantie voor elk huishouden of elk systeem. Stel dat je kosten in ons voorbeeld van € 55 per jaar echt 30% dalen, dan scheelt dat € 16,50. Gebruik je een duurder middel, dan verandert die rekensom. Je moet de reservoirs zelf bijvullen, de basisdosering juist instellen en controleren welk wasmiddel geschikt is.

    Spin-droogklasse: minder vocht, minder droogwerk

    De spin-droogklasse loopt van A (droger) tot G (natter). Hoe droger je was uit de machine komt, hoe minder lang je droger hoeft te draaien. Hoeveel dat scheelt, hangt af van de droger en hoeveel vocht er in de was achterblijft. Let op: centrifugeerprestaties en geluid verschillen per model. Alleen het toerental vertelt niet alles. Stem de stand af op het textiel en het programma, vooral bij delicate kleding.

    Stoom en extra spoelen: alleen als het echt nodig is

    Stoom en extra spoelen zijn geen automatische bespaartips. Een toegevoegde stoomfase vraagt warmte en extra spoelen kost water. Een apart opfrisprogramma kan soms een wasbeurt uitstellen, maar is geen vervanging voor wassen als je kleding vuil is. Zet extra functies dus aan voor hun doel, niet standaard bij elke was.

    • Stoom: bij een geschikt programma om kreuk te verminderen of kleding op te frissen. Een allergenenclaim hoort bij een specifiek getest programma, niet bij iedere stoomknop.
    • Extra spoelen: prettig als je gevoelig bent voor wasmiddelresten in je kleding.

    Wat staat er
    op het energielabel?

    Van kWh per honderd beurten tot restvocht: lees wat je echt kunt vergelijken.

    Het energielabel uitgelegd