Waar let je op bij het kopen van een voorlader?
Vijf dingen bepalen je keuze. Het vulgewicht. Het kWh-getal op het energielabel. Het toerental en de centrifuge-efficiëntie. Het geluid. En de programma’s die je echt gebruikt. De rest is comfort. Hieronder lees je per punt wat je vergelijkt en wanneer je er wel of niet extra voor moet betalen.
Hoeveel kg vulgewicht heb ik nodig?
Kijk naar hoeveel je per week wast, niet alleen naar hoeveel mensen er in huis wonen. Draai je één tot twee wasjes per week, dan is 6 tot 7 kg genoeg. Bij drie tot vier wasjes zit je goed met 7 tot 8 kg. Was je vaker dan vier keer per week, of gaan er regelmatig dekbedden en gordijnen in? Dan wil je 9 kg of meer. Grotere huishoudens komen meestal uit op 9 tot 10 kg.
Te groot kopen kost je geld. Een grotere trommel is duurder in de aanschaf, en als je hem altijd maar halfvol doet, benut je die ruimte nooit. De sensoren gebruiken bij een halve lading wel minder water en stroom, maar een klein wasje in een grote trommel blijft minder efficiënt dan datzelfde wasje in een machine die daarop gebouwd is. Eén uitzondering: een dekbed of een set gordijnen heeft ruimte nodig om rond te kunnen bewegen. Was je dat thuis, dan kies je dus bewust een maat groter. Lees meer over de juiste kg per huishouden.
Wat kost een voorlader mij per jaar aan stroom?
Vergelijk op het energieverbruik per 100 wasbeurten in kWh, niet op de letter. Zo’n letter is een klasse met een flinke marge eromheen. Het kWh-getal ernaast is de echte meetwaarde, en daarmee kun je het verschil in euro’s uitrekenen. Het EU-energielabel loopt tegenwoordig van A tot en met G, zonder plusjes. Klasse A is de zwaarste eis en lang niet elk model haalt die.
Reken het zelf uit met deze twee stappen:
- Jouw wasbeurten per jaar = wasbeurten per week × 52.
- Stroomkosten per jaar = (kWh per 100 wasbeurten van het label) × (wasbeurten per jaar ÷ 100) × circa € 0,28.
Dat tarief van ongeveer € 0,28 per kWh is inclusief energiebelasting en btw, prijspeil 2026, met een bandbreedte van € 0,25 tot € 0,32 per kWh. Stroomprijzen zijn dagkoersen, dus kijk in je eigen contract wat jij betaalt. Let hier wel op: het getal op het label is gemeten op het eco 40-60-programma met een volle trommel. Draai je vooral korte programma’s of halve trommels, dan ga je dat verbruik nooit halen.
Loont de meerprijs van een zuiniger model? Reken het om naar een drempel. Elke kWh verschil per 100 wasbeurten levert je bij vier wasbeurten per week ongeveer € 0,58 per jaar op. Over een levensduur van vijftien jaar is dat ongeveer € 8,70. Was je twee keer per week, dan gaat het om ongeveer € 0,29 per jaar en € 4,40 over vijftien jaar. Een meerprijs van € 100 verdien je dus pas terug bij een verschil van ruim 11 kWh per 100 wasbeurten als je vier keer per week wast, of ruim 22 kWh als je twee keer per week wast. Dit is een richtgetal met open kaarten: hoe vaak je wast is een aanname, rente, inflatie en schommelende tarieven zitten er niet in, en die vijftien jaar is een gemiddelde.
Zet het daarna even in verhouding. Een gemiddeld Nederlands huishouden verbruikt volgens vergelijkers zo’n 2.420 tot 2.500 kWh per jaar. Deel het jaarverbruik van je wasmachine daardoor. Dan zie je meteen hoe zwaar dit criterium bij jou echt telt.
Twee valkuilen bij het label. Kom je in een webshop een aanduiding tegen als “A-20%” of “A-10%”? Dat is geen klasse van het huidige label. Die percentages hoorden bij het oude label en zijn samen met de plusjes verdwenen. Kijk in dat geval gewoon naar het kWh-getal per 100 wasbeurten. Vervang je een machine van tien tot vijftien jaar oud, dan kun je de oude letter niet naast de nieuwe leggen. Wat nu label C is, komt ongeveer overeen met het vroegere A+++ −20%. Wat nu label F is, komt ongeveer overeen met het vroegere A+ of A++. Die omrekening is een indicatie, want ook de manier van meten is veranderd. Een oude “A++” is naar de huidige schaal dus geen zuinige machine. Meer hierover lees je op de pagina’s over het energielabel van wasmachines en het stroomverbruik per wasbeurt.
Vertrouw je een opgegeven specificatie niet helemaal? Op het huidige label staat een QR-code. Daarmee kun je de gegevens nakijken in een Europese database.
Hoeveel toeren heb ik nodig, en wat is centrifuge-efficiëntie?
Meer toeren is alleen de moeite waard als je een droger hebt of weinig ruimte om op te hangen. Bij een hoger toerental komt je was droger uit de trommel, en dat scheelt droogtijd en stroom in je droger. Hoeveel droger precies, dat verschilt per model. Kijk dus niet alleen naar het toerental dat groot op de doos staat.
Op het label staat namelijk nog een tweede letter: de centrifuge-efficiëntieklasse. Die staat helemaal los van de energieklasse en vertelt je hoe droog je was uit de trommel komt. Het toerental zegt alleen iets over hoe hard de trommel rondgaat. Twee machines met allebei 1400 toeren kunnen dus verschillend scoren. Wil je vergelijken op droogresultaat, kijk dan naar die tweede letter. Het verschil tussen 1400 en 1600 toeren leggen we apart uit.
Er zit een keerzijde aan. Hoe harder je centrifugeert, hoe meer kreukels je krijgt en hoe meer de vezels te verduren hebben. Was je veel fijne was of overhemden, dan win je met een lager toerental meer dan je verliest aan droogtijd.
Hoe stil is stil bij een voorlader?
Wij noemen een voorlader stil bij 70 dB of minder tijdens het centrifugeren. Dat is ongeveer een stofzuiger op de normale stand. Elke 10 dB erbij klinkt als ongeveer twee keer zo hard, dus het gat tussen 70 en 80 dB is groter dan je op papier zou denken.
Let goed op wélk getal je vergelijkt. Het geluid bij het centrifugeren staat op het energielabel. Het geluid tijdens het wassen noemen fabrikanten vaak wel, maar dat hoort niet standaard bij het label. Vergelijk dus centrifuge-dB met centrifuge-dB. En ga er niet vanuit dat één genoemd getal voor de hele wasbeurt geldt. Staat de machine in een open woonruimte of naast een slaapkamer? Dan is juist het wasgeluid het getal dat je wilt weten, want die fase duurt het langst. Meer hierover bij stille wasmachines vergelijken.
Welke programma’s en functies heb ik echt nodig?
Kies je programma’s op wat er bij jou in de trommel gaat, niet op hoeveel er op het display passen. Een allergieprogramma spoelt extra vaak en is zinvol bij huisstofmijtallergie en babykleding. Een sportprogramma is handig voor synthetische sportkleding die snel gaat ruiken. Een stoomfunctie haalt kreukels eruit en scheelt je strijkwerk.
Automatische dosering haalt het wasmiddel uit een voorraadtank en verdeelt het per lading, zodat je minder snel te veel gebruikt. Elk merk heeft er een eigen naam voor: i-DOS bij Bosch en Siemens, TwinDos bij Miele, ÖKOMix bij AEG. Hoeveel wasmiddel je ermee bespaart, hangt af van hoe je nu doseert. Meet je netjes af met de dop en houd je je aan de aanbevolen hoeveelheid, dan win je er minder mee dan iemand die op gevoel schenkt.
Is een koolborstelloze motor de meerprijs waard?
Was je meer dan drie keer per week en wil je de machine tien jaar of langer houden? Dan wel. Een koolborstelloze motor, ook wel invertermotor genoemd, heeft minder onderdelen die slijten, draait stiller en houdt het toerental preciezer vast. Fabrikanten geven er vaak een langere motorgarantie op. Check de actuele voorwaarden, en let erop dat zulke garanties het arbeidsloon meestal niet dekken.
Draai je één of twee wasjes per week en koop je op prijs? Dan niet. De machine gaat dan eerder kapot aan andere onderdelen dan aan de motor, en de meerprijs haal je er op stroom alleen niet uit. Wat een koolborstelloze wasmachine precies anders doet, lees je op die pagina.