wasmachine-info.nl

Waar zoek je naar?

Typ om de artikelen te doorzoeken.

    Doe de keuzehulp

    Soorten wasmachines vergeleken: welk type past bij jou?

    Een wasmachine kun je aan de voorkant of van bovenaf vullen. Hij kan vrijstaan, onder een werkblad passen of achter een keukendeur verdwijnen. En sommige machines drogen de was ook. Die keuzes lopen door elkaar: een inbouwmachine is bijvoorbeeld ook een voorlader. Welk type bij jou past, hangt af van je ruimte, hoeveel je wast en of er een droger bij komt.

    Wasmachines verschillen in de manier waarop je ze vult, waar je ze plaatst en of ze ook kunnen drogen. Een voorlader heeft de deur aan de voorkant; een bovenlader opent bovenop en is doorgaans smaller. Een was-droogcombinatie doet twee taken in één apparaat, maar kan meestal minder kilo’s drogen dan wassen. Inbouw gaat weer over de opstelling: de machine verdwijnt achter een keukendeur.

    Begin daarom bij je woning en je wasroutine. Een bovenlader kan prettiger bereikbaar zijn, maar er kan geen droger bovenop. Met een passende stapelset kunnen twee losse apparaten juist weinig vloeroppervlak innemen en verschillende ladingen tegelijk verwerken. Meet ook de ruimte voor slangen en open deuren. Kijk daarna naar vulgewicht, de werkelijke labelwaarden en functies die je gebruikt. Het type of de motor alleen vertelt je niet hoe zuinig, stil of duurzaam een machine is.

    Waarin verschillen wasmachines eigenlijk van elkaar?

    Er zijn zes punten waarop wasmachines van elkaar verschillen, die je apart moet bekijken. Waar je hem vult (voor of boven). Waar hij staat (vrijstaand, onderbouw of inbouw). Wat hij kan (alleen wassen, of ook drogen). Hoe groot hij is. Wat voor motor erin zit. En hoeveel hij aankan. Verwar die punten niet met elkaar: het zijn geen keuzes die elkaar uitsluiten. Een inbouwmachine is bijna altijd óók een voorlader, en een voorlader kan vrijstaand of ingebouwd zijn.

    Het begint allemaal bij de trommel. Bij een voorlader ligt die op zijn kant en draait hij rond. De was wordt opgetild en valt weer terug door een laagje sop. Bij de smalle Europese bovenladers ligt de trommel ook horizontaal. Je opent de bovenklep en daarna de klepjes in de trommel om de was erin te doen. De motor laat de trommel draaien via een riem, of hij zit er direct op vastgemaakt (dat heet direct drive). Het programma dat je kiest bepaalt de temperatuur, hoe lang hij erover doet en hoe hard hij aan het eind centrifugeert.

    Sommige keuzes beperken wel je opstelling: een bovenlader krijg je niet onder een doorlopend werkblad en ook niet in een stapel. De klep gaat namelijk naar boven open.

    Vulopening en inbouw zijn verschillende keuzes.

    Voorlader, bovenlader, combinatie of twee losse apparaten?

    Een voorlader is doorgaans ongeveer 60 cm breed. Een bovenlader kan helpen als bukken lastig is en je niet wilt stapelen. Een was-droogcombinatie is een optie bij ruimte voor één apparaat. Droog je vaak meerdere ladingen, dan zijn twee losse apparaten handig: de volgende was kan draaien terwijl de vorige droogt.

    Wat verandert er als je een ander type kiest?
    Type Vulgewicht Maten (b × h × d) Stapelbaar Verbruik Gebruiksgemak Grootste nadeel
    Voorlader Bijvoorbeeld 6 tot 10 kg; ook grotere modellen Vaak ca. 60 × 85 cm; diepte verschilt per model Alleen met geschikte droger en voorgeschreven stapelset Vergelijk de eco-labelwaarden van concrete modellen Bukken bij vullen en leeghalen; een toegestane verhoging kan helpen De deur heeft ruimte nodig; manchet en bakje vragen onderhoud
    Bovenlader Vaak 6 of 7 kg; controleer het model Rond 40 cm breed en 90 cm hoog; veel modellen ca. 60 cm diep Nee, de klep opent naar boven Niet automatisch meer water; vergelijk het label en vulgewicht Vullen van bovenaf; probeer of je de bodem goed bereikt Past niet onder een doorlopend werkblad en niet in een stapel
    Was-droogcombinatie Bijvoorbeeld 8/5 of 10/6 kg: wassen/drogen Ongeveer de breedte van een voorlader; hoogte en diepte variëren Wassen en drogen in één apparaat Vergelijk beide labeldelen; warmtepomp of gewone condensatie maakt verschil Achter elkaar wassen en drogen, binnen de droogcapaciteit Bij een volle was moet vaak een deel eruit vóór het drogen
    Wasmachine + aparte droger Kies beide capaciteiten bij je gebruik Circa 60 cm breed gestapeld, 120 cm naast elkaar; plus installatieruimte Alleen met een goedgekeurde combinatie en stapelset Vergelijk de wasmachine én de gekozen droger Twee verschillende ladingen kunnen tegelijk worden verwerkt Je moet twee apparaten kopen en kwijt kunnen

    Maten en capaciteiten zijn indicatief. De handleiding bepaalt de benodigde vrije ruimte. Schuif opzij om alle kenmerken te bekijken.

    Wat bij jou past, hangt vooral af van je situatie:

    Welke wasmachine past bij jou?

    Vier vragen over jouw wensen. Bekijk welke modellen uit de Coolblue top 10 het best passen.

    Beantwoord vier vragen over energie, geluid, budget en huishouden. Schakel JavaScript in om de keuzehulp te gebruiken, of vergelijk onze beste wasmachines.

    Een selectie uit de Coolblue top 10. Je ziet de actuele prijs bij de winkel.

    Alle twaalf onderwerpen
    01Zes verschillen02Vier opstellingen vergelijken03Past het in huis?04Voorlader of bovenlader05Vrijstaand, onderbouw of inbouw06Wassen én drogen07Vulgewicht en toerental08Label en kosten09Geluid en trillingen10De motor11Andere formaten12Extra functies

    Past dit type in mijn ruimte?

    Het gaat niet alleen om hoe diep de machine is, maar om de hele plek waar hij in moet. Kijk of de opgegeven diepte de deur meerekent en hoeveel ruimte de installatiehandleiding vraagt voor slangen, stekker en lucht. Stel dat een machine 60 cm diep is en jouw opstelling daarachter nog 7 tot 12 cm nodig heeft: dan kom je op 67 tot 72 cm. Dat is een rekenvoorbeeld, geen vaste toeslag voor ieder model. Meet dat, en kijk daarna pas naar types.

    Loop daarna met de rolmaat in de hand dit lijstje langs:

    • Breedte en hoogte van de plek: veel voorladers zijn ongeveer 60 cm breed en 85 cm hoog; bovenladers vaak ongeveer 40 cm breed en 90 cm hoog. Controleer de exacte maten en vereiste tussenruimte. Bij een bovenlader moet de klep boven de machine helemaal open kunnen.
    • Onder een werkblad: daar past alleen een machine die laag genoeg is. Veel inbouwmodellen zijn rond 82 cm hoog. Controleer de nis- en ventilatievoorschriften, ook bij onderbouw.
    • Doorgang bij de bezorging: meet de smalste plek op de route naar de opstelplek. Denk aan deuren, de trap en die bocht in de gang.
    • Aansluitingen: je hebt een kraan nodig, een afvoer en een geaard stopcontact. Sluit een wasmachine nooit aan op een verlengsnoer of een stekkerdoos. Weet je niet zeker of de groep het aankan? Bel een installateur.
    • Vloer: de machine moet vlak en stevig staan, en je moet hem waterpas zetten. Een houten vloer kan trillingen doorgeven; een verdieping is niet automatisch ongeschikt. Verwijder ook de transportbeveiliging volgens de handleiding.
    • Draairichting van de deur: kijk welke kant de vuldeur opengaat, en of je er dan nog langs kunt lopen.
    Een rolmaat over de breedte van een lege wasnis, met de eindhaak tegen de linker plint
    Meet de beschikbare plek en houd daarnaast ruimte vrij voor aansluitingen en het openen van de machine.

    Wat is het verschil tussen een voorlader en een bovenlader?

    Een voorlader vul je aan de voorkant; een bovenlader van bovenaf. Het verschil zit vooral in de toegang en de opstelling. Bij voorladers is er veel keuze in capaciteit en programma’s. Een bovenlader is smaller en kan prettiger bereikbaar zijn.

    Een bovenlader gebruikt niet vanzelf meer water. Neem de AEG LTR6363A: 6 kg en 43 liter volgens het eco-label. De voorlader AEG LF62CW84 is 8 kg en vermeldt ook 43 liter. Dat zijn gewogen labelwaarden, geen meting met precies dezelfde lading. Ze laten wel zien waarom je het watergebruik niet uit de plaats van de vulopening kunt afleiden.

    Een bovenlader wint vloerruimte, maar levert de ruimte erboven in. Hij is zo’n 40 cm breed tegenover 60 cm bij een voorlader. Alleen: hij is vaak rond 90 cm hoog en de klep gaat naar boven open, dus houd boven de machine genoeg ruimte om de klep volledig te openen. Daarom valt hij af onder een werkblad, en in elke stapel.

    Moet er ook een droger bij, dan kan stapelen minder vloeroppervlak vragen dan een bovenlader met een droger ernaast. Een voorlader met de droger erbovenop neemt ongeveer 60 cm breedte in. Een bovenlader met een droger ernaast al snel 100 cm. Dit zijn alleen de apparaatbreedtes; de benodigde tussenruimtes komen erbij. Kijk dus naar de hele opstelling als er ook een droger bij moet.

    Stapelen kan alleen met een geschikte combinatie en de voorgeschreven stapelset. Hetzelfde merk alleen is niet genoeg: check de modelnummers, maten en handleiding van de droger. Reken de kit mee in je budget. De prijs verschilt per uitvoering, bijvoorbeeld met of zonder uittrekplateau.

    Nu het eerlijke nadeel van de voorlader. Je moet bukken, en de rubberen rand rond de deur en het zeepbakje moeten na het wassen kunnen drogen. Blijft hij vochtig en zitten er resten in, dan kunnen geurtjes ontstaan. Hoe je dat voorkomt, lees je bij een wasmachine schoonhouden. Ook een bovenlader heeft onderhoud nodig, onder meer aan de wasmiddellade en trommel.

    Een voorlader tilt de was in de draaiende trommel op en laat hem weer vallen. De smalle Europese bovenladers die je hier meestal tegenkomt, hebben óók een horizontale trommel. Je opent die via trommelkleppen onder het bovenblad. Ze werken dus niet zoals grote Amerikaanse bovenladers met een verticale kuip. Alleen de plaats van de opening vertelt je niet hoeveel water of energie de machine nodig heeft.

    Een smalle AEG bovenlader met gesloten deksel en vrije ruimte erboven in een bijkeuken
    Een bovenlader vraagt vrije ruimte boven het apparaat om het deksel te openen.

    Vrijstaand, onderbouw of inbouw?

    De opstelling bepaalt de plaats, niet het wasresultaat. Bij een vrijstaande voorlader kom je vaak rond 60 cm breed en 85 cm hoog uit; de diepte varieert. Onderbouw staat zichtbaar onder een werkblad; inbouw achter een keukendeur.

    Inbouwmodellen zijn vaak ongeveer 82 cm hoog en 60 cm breed. Let goed op wat de dieptemaat omvat. De Bosch WIW24342EU is bijvoorbeeld 81,8 cm hoog en 59,6 cm breed. De kast is 54,4 cm diep, maar met gesloten deur is dat 57,4 cm; met open deur 95,6 cm. Daar zie je waarom je niet alleen de kleinste maat uit de specificaties moet pakken. De benodigde nis volgt uit het installatieschema. De lagere hoogte kan het verschil maken onder een doorlopend werkblad.

    Verwijder het bovenblad alleen als je modelhandleiding dat toestaat en volg dan de voorgeschreven afwerking. Hoeveel hoogte dat scheelt, verschilt per model.

    Inbouw geeft een rustig keukenbeeld. De kast kan geluid afschermen, maar ook trillingen doorgeven als de plaatsing niet klopt. Het aanbod is kleiner; vergelijk prijs en capaciteit met de vrijstaande modellen die bij je passen.

    Was-droogcombinatie of twee losse apparaten?

    Bij een was-droogcombinatie kan vooral het drogen flink meetellen in het stroomverbruik. Kijk wel naar de techniek: er zijn combinaties met gewone condensatie én met een warmtepomp. Op het energielabel staan twee delen: voor wassen en drogen samen, en voor alleen wassen. De droogcapaciteit kan daarbij lager zijn dan het wasgewicht.

    Even een rekenvoorbeeld. Stel dat het drogen in de ene opstelling 2 tot 4 kWh kost en in de andere 0,8 kWh, bij dezelfde lading en droogtegraad. Dat scheelt 1,2 tot 3,2 kWh per keer. Doe je 100 droogbeurten, dan zit je op 120 tot 320 kWh verschil. Bij een aangenomen € 0,40 per kWh is dat ongeveer € 48 tot € 128. Dit zijn rekenaannames, geen gemeten vergelijking tussen twee modellen. Vul voor je aankoop gelijkwaardige verbruiksgegevens in; trek niet zomaar de twee labeldelen van een combinatie van elkaar af, want de belading en weging verschillen.

    En dan kost de kleinere droogcapaciteit je soms ook tijd. Neem een combinatie die 8 kg wast en 5 kg droogt: bij een volle was moet een deel eruit vóór je droogt. Je droogt die was aan de lijn of in een tweede ronde. Een compleet was-droogprogramma kan uren duren; kijk naar de tijd bij de lading die jij gebruikt. Het tijdvoordeel van twee apparaten zit vooral in meerdere ladingen: terwijl de eerste droogt, kan de tweede al wassen.

    Kijk ook naar het water. Sommige combinaties gebruiken water om tijdens het drogen te condenseren. Dat geldt niet voor iedere droogtechniek. Een extra 50 liter zou net zoveel zijn als een wasbeurt van 50 liter, maar zo’n rekensom zegt nog niet wat jouw apparaat gebruikt. Vergelijk de waterwaarden voor de complete cyclus en voor wassen, samen met het bijbehorende vulgewicht. Hoe lang de combinatie meegaat, volgt niet uit het type alleen: gebruik, onderhoud en reparatiemogelijkheden tellen mee.

    Daar staat een echt voordeel tegenover: het is één apparaat op één plek, met één wateraanvoer, afvoer en elektrische aansluiting. De ruimte moet wel goed kunnen ventileren en de voorgeschreven vrije ruimte rond de machine blijft nodig. In een klein appartement of een bijkeuken waar geen tweede machine bij kan, geeft dat vaak de doorslag. Was en droog je veel, dan is een set van twee losse apparaten handig voor opeenvolgende ladingen; vergelijk het verbruik van de concrete apparaten. En je kunt ze los van elkaar vervangen.

    Hoeveel vulgewicht en hoeveel toeren heb je nodig?

    Vulgewicht is het maximale gewicht aan droge was dat bij het betreffende programma in de trommel mag. Het is dus niet hoeveel liter de trommel is. Als grove vuistregel: 6 tot 8 kg als je alleen woont of met z’n tweeën bent, 8 tot 9 kg bij 3 of 4 personen en 9 tot 10 kg bij 5 personen of meer. Vergeet je beddengoed en winterjassen niet mee te rekenen, met het waslabel en de capaciteit van het juiste programma erbij.

    Te klein betekent vaker wassen; onnodig groot kan meer ruimte innemen en geeft vaker halve ladingen. Sensoren passen het programma aan, maar een goed gevulde eco-trommel is doorgaans zuiniger per kilo dan kleine ladingen. Kies het vulgewicht voor twee personen of een gezin.

    Voor de meeste huishoudens volstaan 1.400 toeren. Met 1.600 toeren kan minder water achterblijven: dat helpt bij het drogen. Vergelijk ook de centrifugeklasse of het restvocht van twee concrete modellen. Het maximale toerental is niet op elk programma beschikbaar; fijne was centrifugeert lager.

    Harder centrifugeren heeft ook nadelen: mogelijk meer herrie, trillingen en kreukels. Een verende houten vloer of een wasruimte naast een slaapkamer maakt die afweging extra belangrijk. Meer verschillen lees je in de vergelijking van 1400 en 1.600 toeren.

    Wat betekent het energielabel en wat kost een wasbeurt?

    Het energielabel loopt van A tot en met G, waarbij A het zuinigst is. Het label gebruikt Eco 40-60 voor normaal vuil katoen. Stroom en water zijn gewogen over volle, halve en kwartbelading. De getoonde programmaduur en het centrifugegeluid horen bij volle belading. Op het label lees je het stroomverbruik per 100 wasbeurten, het waterverbruik, hoe lang het programma duurt en hoeveel geluid hij maakt bij het centrifugeren.

    Even in cijfers. Stel dat je een machine van 52 kWh per 100 wasbeurten vergelijkt met een van 59 tot 67 kWh, met een passend vulgewicht. Dit zijn voorbeeldwaarden, geen vaste grenzen van energieklassen: die klassen hangen ook samen met de capaciteit. Dat scheelt ruwweg 7 tot 15 kWh per 100 wasbeurten. Was je 200 keer per jaar en reken je met € 0,40 per kWh (aangenomen tarief), dan kom je uit op zo’n € 6 tot € 12 per jaar. Dat is een schatting op basis van die twee getallen, geen meting.

    Daar volgt de eerlijke terugverdientijd uit. Elke € 100 die je extra neerlegt voor een zuinigere klasse, heb je bij dat verschil pas na ongeveer 8 tot 18 jaar terugverdiend. Een zuinige energieklasse loont dus vooral als je de machine lang houdt en echt op eco wast. Was je weinig, betaal die meerprijs dan niet alleen voor de verwachte stroombesparing.

    Eco 40-60 duurt vaak lang. Andere programma’s kunnen per beurt én per kilo een ander verbruik hebben. Draai je vooral korte programma’s, gebruik dan hun verbruikswaarden bij de toegestane lading. Het label is een eerlijke manier om machines onderling te vergelijken, maar het voorspelt jouw energierekening niet. Voor water geldt hetzelfde: vergelijk het aantal liters samen met het vulgewicht, in plaats van één grens van 50 liter voor alle machines te gebruiken. Meer uitleg staat bij het energielabel van een wasmachine.

    Vergelijk daarom de labelwaarden. De AEG LTR6363A-bovenlader heeft bijvoorbeeld energieklasse A, 42 kWh per 100 eco-wasbeurten en 43 liter per cyclus. Dat zijn gewogen labelgegevens, geen verbruik van iedere was op 40°C.

    Een los rekenvoorbeeld laat zien hoe kleine verschillen optellen. Neem voor machine A 0,45 kWh en 45 liter per beurt, voor machine B 0,70 kWh en 55 liter. Met gekozen tarieven van € 0,40 per kWh en € 2,50 per m³ water kom je bij 220 beurten op ongeveer € 64 tegenover € 92 per jaar. Het exacte verschil is € 27,50, of € 275 over tien jaar bij gelijke tarieven en gebruik. Dit zijn gekozen verbruiken voor twee denkbeeldige machines, geen gemiddelden voor voor- en bovenladers; wasmiddel en vaste kosten zijn niet meegerekend.

    Welk type is het stilst?

    Die dB-waarde op het energielabel is het geluid bij het centrifugeren, niet van de hele wasbeurt. Wassen is duidelijk stiller. Vergelijk dus altijd centrifugewaarden met elkaar. Voor een stille wasmachine gebruiken we hier 70 dB of minder als praktische grens. De officiële geluidsklasse A loopt tot minder dan 73 dB. Vergelijk zulke labelwaarden niet zomaar met een geluidsmeting van een stofzuiger in de kamer: de meetwijze kan verschillen.

    Geluid is maar de helft van het verhaal. Of een machine echt vervelend is, hangt vaak meer af van de trillingen. De opstelling heeft daar veel invloed op. Zet je machine waterpas op een vlakke, stevige ondergrond en controleer de pootjes. Een verende houten vloer kan trillingen aan de constructie doorgeven. Lager centrifugeren kan helpen, maar laat meer water in de was achter. Kies de opstelling volgens de handleiding; alleen een plek tegen een muur maakt een slappe vloer niet stevig.

    Een kast rond een ingebouwde machine kan geluid afschermen, maar ook meetrillen. En een koolborstelloze motor maakt de complete machine niet automatisch stiller. Het label, de belading en een goede plaatsing blijven belangrijker dan het etiket op de techniek.

    Koolborstelmotor, inverter of direct drive: maakt dat uit?

    Bij een koolborstelloze invertermotor verdwijnen de koolborstels als slijtagepunt en mogelijke geluidsbron. Dat voorspelt niet de levensduur of het geluid van het complete apparaat. Bij direct drive zit de motor rechtstreeks aan de trommel gekoppeld, zonder aandrijfriem. Die riem hoeft dus niet vervangen te worden, maar vergelijk het geluid van de modellen zelf.

    Ook op je energierekening kun je geen vast motorvoordeel van € 1 à € 2 per jaar aanwijzen. Verwarming, programma en lading tellen eveneens mee. Betaal dus voor een aantoonbaar verschil tussen twee machines, of voor comfort dat jij gebruikt.

    De aandrijfelektronica blijft wel een mogelijk reparatiepunt. Gaat die module stuk, vraag dan eerst een prijsopgave. Bij een oudere machine wegen ook de staat van de rest en de beschikbaarheid van onderdelen mee.

    Sommige merken geven extra garantie op de motor. Controleer de actuele voorwaarden voor jouw model: motoronderdelen, arbeidsloon en voorrijkosten kunnen anders gedekt zijn. LG noemt bijvoorbeeld tien jaar in totaal voor Direct Drive; na de eerste twee jaar geldt de verlenging voor onderdelen, zonder arbeidsloon. Zo’n motorgarantie is geen belofte over hoe lang de hele machine meegaat. Gebruik, onderhoud en andere onderdelen tellen ook mee. Meer over de techniek lees je bij de koolborstelloze motor.

    Welk formaat kies je als de standaardmaat niet past?

    Veel voorladers zijn ongeveer 60 cm breed en 85 cm hoog; de diepte loopt uiteen. Past dat niet, dan ga je naar een ondieper, compacter of juist groter model. Een kleinere buitenmaat betekent niet altijd minder vulgewicht. Vergelijk daarom beide, plus de ruimte die de installatie vraagt.

    • Ondiep of smal: kijk of je minder diepte of minder breedte nodig hebt. Een kastdiepte onder 45 cm betekent niet vanzelf dat de hele machine zo ondiep is; de deur en aansluitingen kunnen uitsteken. Ook ondiepere modellen kunnen een ruime trommel hebben. Zie kleine wasmachines voor krappe ruimtes.
    • Mini en camping: bijvoorbeeld 2 tot 4 kg. Sommige draagbare modellen vul je zelf met water; andere vragen wel vaste aansluitingen. Handig voor vakantie of als noodoplossing. Controleer ook hoe je het water afvoert. Zie wassen op de camping.
    • Groot: vanaf 9 kg, met meer ruimte voor grote ladingen. Dekbedovertrekken en jassen vragen nog steeds een passend programma; sorteer de gezinswas op materiaal en kleur. Zie machines vanaf 9 kg.
    • Professioneel: gebouwd voor intensief gebruik, bijvoorbeeld in hotels en sportclubs. Sommige hebben korte programma’s; controleer daarbij ook de benodigde aansluitingen. Thuis heb je dat zelden nodig en je betaalt er fors voor. Zie professionele wasmachines.
    • Budget: ook in het goedkoopste segment krijg je meerdere programma’s en een fatsoenlijk toerental. Ook hier zijn modellen met een koolborstelloze motor; vergelijk de concrete uitvoering. Zie wasmachines in het budgetsegment.

    Aan de techniek verandert de kleur niets. Wel handig om te weten: op zwarte modellen zie je kalkvlekken en vingerafdrukken veel sneller. En controleer bij machines met RVS-look welk materiaal je krijgt: een metaallook kan ook een coating zijn.

    Welke extra functies zijn de meerprijs waard?

    Automatische dosering kan doseerwerk schelen. Stoom is de moeite waard bij bepaalde kleding. Wifi is vooral gemak. Kijk dus eerst naar vulgewicht, geluid en passende programma’s. De extra functies komen daarna; een meerprijs verdient zichzelf niet vanzelf terug.

    • Automatische dosering (zoals Miele TwinDos of Bosch i-DOS): de machine kiest zelf hoeveel wasmiddel er per lading in gaat. Stel het systeem wel goed in voor je wasmiddel en waterhardheid. Het kan overdosering helpen voorkomen, maar hoeveel je bespaart hangt af van hoe je eerst doseerde. Vooral prettig als je vaak wast; bij een paar wasjes per week kan zelf doseren net zo praktisch zijn. Zie automatische wasmiddeldosering.
    • Stoomfunctie: kan kreukels verminderen of geschikte kleding opfrissen zonder een volledige wasbeurt. Een stoomoptie tijdens het wassen is weer iets anders. Denk aan overhemden, blouses of linnen, maar controleer het kledinglabel en de toegestane lading. Elk merk vult het anders in, dus kijk goed wat de functie precies doet. Zie wasmachines met stoom.
    • Wifi en app-bediening: handig als je op afstand wilt starten of wilt zien hoe lang het nog duurt. Alleen wifi maakt de was niet schoner of zuiniger. Sommige apps bieden wel programmaadvies of verbruiksinzicht; wat je ermee kunt, verschilt per model. Voor starten op afstand moet je de machine meestal eerst ter plekke gereedmaken. Betaal er alleen voor als je het ook echt gaat gebruiken. Zie bediening via een app.

    Weet je nog steeds niet welk type bij je past? Dan loopt de keuzehulp voor wasmachines een paar gerichte vragen met je door.

    Kijk niet alleen naar de aanschafprijs. Stel dat de machine die je wilt € 750 kost en het alternatief € 450. Om dat verschil van € 300 in tien jaar terug te verdienen, moet hij gemiddeld € 30 per jaar besparen. Dat kan een zuiniger model aantrekkelijk maken, maar het volgt niet automatisch uit voorlader of bovenlader. Reken met het verbruik van de concrete modellen en jouw aantal wasbeurten, zeker als je veel wast.