Je wasmachine heeft tientallen programma’s, maar je gebruikt er in de praktijk maar een stuk of vijf. Katoen is je standaard voor handdoeken en beddengoed. Bonte was houdt kleuren mooi op 30 tot 40 °C. Eco 40-60 verbruikt het minst, maar draait wel 3 tot 4 uur. De programma’s voor wol, zijde en sportkleding zijn zachter en centrifugeren minder hard, zodat kwetsbare stoffen niet krimpen of uit model raken. Het snelprogramma is prima voor kleding die je één keer kort aanhad, mits de trommel maar half vol zit. Voor vlekken of echt vieze was werkt het niet. Twee dingen sturen je keuze. Het getal in de wastobbe op het etiket is een maximum en geen advies. En de strepen onder die tobbe vertellen je hoeveel beweging de stof aankan. Was verder altijd op de laagste temperatuur die het label toestaat. Er is één uitzondering: bij ziekte in huis, bij allergie, bij babytextiel en bij vaatdoeken heb je echt 60 °C nodig. Die haalt eco 40-60 niet.
Een wasprogramma is niets anders dan een vaste combinatie van vijf instellingen: de temperatuur, hoeveel de trommel beweegt, hoe lang het duurt, hoeveel water erin gaat en hoe hard er gecentrifugeerd wordt. Die combinatie is afgestemd op één soort textiel. Het wolprogramma wiegt de trommel heel rustig heen en weer met veel water en centrifugeert zacht. Het katoenprogramma doet het tegenovergestelde: langer, warmer, en er wordt veel meer water uit je was geslingerd.
Nu het punt dat veel mensen missen. De naam van een programma zegt alleen voor wat voor lading het bedoeld is. Het is geen vastgelegde instelling. “Sport”, “jeans” of “dekbed” betekent op de ene machine dus iets anders dan op de andere. Er is precies één uitzondering: eco 40-60 is het enige programma op je wasmachine dat officieel is vastgelegd. Sinds maart 2021 gaat het EU-energielabel helemaal uit van dat programma. Alleen bij die naam kun je twee machines dus eerlijk naast elkaar leggen. Alle andere namen heeft het merk zelf verzonnen.
Daarom kies je in deze volgorde: eerst het textiel (wat staat er op het waslabel), dan hoe vies het is, en pas dan je haast. Het etiket bepaalt hoe ver je mag gaan. De vuilheid bepaalt welke temperatuur en welke duur je daarbinnen pakt. Of je snel klaar wilt zijn, komt als laatste.
De symbolen op je waslabel vertellen je twee dingen. De wastobbe met een getal erin geeft de hoogste temperatuur waarop je het stuk mag wassen. De strepen onder die tobbe geven aan hoeveel beweging de stof kan hebben. Precies die twee dingen legt een wasprogramma vast: temperatuur en beweging. Daarom begin je bij het etiket en niet bij de vraag “wat voor kledingstuk is dit?”.
| Symbool op het label | Betekenis | Welk programma |
|---|---|---|
| Wastobbe met getal (30, 40, 60) | Machinewasbaar tot maximaal die temperatuur | Katoen, bonte was of witte was, op of onder dat getal |
| Wastobbe met één streep eronder | Beperkte mechanische belasting | Synthetisch of kreukherstellend |
| Wastobbe met twee strepen eronder | Sterk beperkte belasting | Fijne was of wol |
| Hand in de wastobbe | Alleen handwas of een handwasprogramma | Wol- of handwasprogramma |
| Doorgestreepte wastobbe | Niet in de wasmachine | Stomerij of handmatig reinigen |
Dat getal is dus een plafond en geen aanbeveling. Staat er 40 °C op je shirt, dan mag je het gerust op 30 °C wassen. Op 60 °C mag niet. Dat heeft een gevolg dat verder reikt dan alleen je programmakeuze: textiel met een 40 °C-label krijg je nooit kiemarm. Heeft er iemand in huis een allergie? Dan is dat labelmaximum al belangrijk op het moment dat je beddengoed en vaatdoeken koopt.
Deze symbolen zijn officieel vastgelegd (in ISO 3758 en door GINETEX) en betekenen op elk etiket hetzelfde. Voor de symbolen op je wasmachine geldt dat níet, want die verzint elk merk zelf. De betrouwbare route loopt daarom van het etiket naar het programma, en niet andersom vanaf het knopje op je machine.
Samsung, Bosch en Miele gebruiken allemaal hun eigen plaatjes. Wat op de ene machine een vlinder is, is op de andere een veertje. Weet je het niet zeker, zoek dan je modelnummer op. Dat staat meestal op een sticker aan de binnenkant van de deur. Daarmee vind je de handleiding van de fabrikant. Dit zijn de symbolen die je het vaakst tegenkomt:
| Symbool | Programma | Waarvoor |
|---|---|---|
| Bak met horizontale golflijnen | Katoen | Katoenen kleding, handdoeken, beddengoed |
| Driehoek of bak met streepjes | Synthetisch | Polyester, nylon, gemengde vezels |
| Vlinder of veertje | Fijne was / delicaat | Zijde, satijn, kant |
| Bol wol of spiraal | Wol | Wollen truien, sjaals, mutsen |
| Klokje of stopwatch | Kort / snel | Licht vervuilde kleding |
| Blaadje of boom | Eco 40-60 | Normaal vervuild katoen en linnen |
| Overhemd op hanger | Overhemden / strijkvrij | Overhemden en blouses |
| Stoomwolk of waterdruppels | Stoom | Kreukels en geurtjes zonder wasbeurt |
| Figuur in beweging of schoen | Sportkleding | Sportkleding met opdrukken |
| Druppel met plusteken | Extra spoelen | Optie voor een gevoelige huid |
AEG PowerCarescore 8,8Hieronder vind je de programma’s die je op de meeste machines tegenkomt. Per programma zie je voor welk textiel het bedoeld is, hoe zwaar de stof belast wordt en wat er misgaat als je het verkeerd inzet. De temperaturen, toerentallen en looptijden zijn een indicatie. Alleen eco 40-60 ligt officieel vast; de rest verschilt per merk en per model. Niet elke machine heeft trouwens alle programma’s.
| Programma | Geschikt wasgoed | Temperatuur | Toerental (rpm) | Mechanische belasting | Duur (indicatie) | Wat gaat er mis bij verkeerd gebruik |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Katoen | Handdoeken, beddengoed, T-shirts | 20–60 °C (soms hoger) | 1200–1600 | Hoog | 1u45–2u30 | Wol vervilt, synthetisch kreukt en slijt sneller |
| Synthetisch | Polyester, nylon, gemengde stoffen | 30–60 °C | 800–1200 | Gemiddeld | 1u15–1u45 | Te weinig mechaniek voor zwaar vervuild katoen |
| Fijne was / zijde / satijn | Zijde, satijn, kant, lingerie, gordijnen | 20–30 °C | 400–600 | Laag | 45 min–1u15 | Vlekken blijven zitten, was komt natter uit de trommel |
| Wol / handwas | Wollen truien, sjaals, mutsen | 20–40 °C | 600–800 | Zeer laag | 50 min–1u10 | Niets voor normale was: te weinig beweging om vuil los te maken |
| Bonte was | Gekleurde kleding, diverse stoffen | 20–60 °C | 800–1400 | Gemiddeld tot hoog | 1u30–2u15 | Te warm: kleuren vervagen sneller |
| Witte was | Wit katoen en linnen | 40–60 °C (soms hoger) | 1200–1600 | Hoog | 1u45–2u30 | Te warm voor dun linnen: krimp en slijtage |
| Eco 40-60 | Normaal vervuild katoen, linnen en gemengde vezels met een 40 °C- of 60 °C-label | Genormeerd profiel, in de praktijk lager dan 60 °C en niet vrij instelbaar | 1200–1400 | Laag, gespreid over lange tijd | 3u–4u (exacte duur op je energielabel) | Niet kiemarm: te koel voor vaatdoeken, babytextiel en ziekte in huis |
| Kort / snel | Licht vervuilde kleding, halve trommel | 20–40 °C | 800–1200 | Kort en beperkt | 15–30 min | Vlekken blijven zitten, kans op wasmiddelresten en restgeur |
| Overhemden / strijkvrij | Overhemden, blouses, broeken | 30–60 °C | 600–800 | Laag | 1u–1u45 | Was komt natter uit de machine, langere droogtijd |
| Sportkleding | Sportshirts, leggings, sportbroeken | 30–40 °C | 600–800 | Laag tot gemiddeld | 1u–1u30 | Te warm: opdrukken en membranen laten los |
| Jeans | Spijkerbroeken, denim jasjes | 40–60 °C | 900–1200 | Gemiddeld | 1u30–2u | Te warm: denim verliest kleur |
| Ondergoed | Bh’s, slips, boxershorts | 30–40 °C | 600–800 | Laag | 50 min–1u15 | Beugels vervormen zonder waszakje |
| Hygiëne / antibacterieel | Vaatdoeken, theedoeken, babytextiel, beddengoed bij ziekte | 60 °C of hoger | 1200–1400 | Hoog | 2u–2u45 | Te warm voor stoffen met een 30 of 40 °C-label: krimp |
| Stoom | Kreukgevoelige stoffen | Stoom | Variabel | Geen trommelwerking | 30 min–1u30 | Vervangt geen wasbeurt: vuil en vlekken blijven zitten |
De looptijden staan er met opzet als indicatie bij. Alleen van eco 40-60 ligt de duur vast, en die vind je op het energielabel van jouw eigen machine. Bij alle andere programma’s verschilt het per merk en model.
Het katoenprogramma is er voor stevig katoen: handdoeken, beddengoed en T-shirts. De trommel beweegt veel en er wordt hard gecentrifugeerd, waardoor je was er behoorlijk droog uitkomt. En precies daarom is dit programma niks voor wol of kwetsbare synthetische stoffen.
Voor gewone huishoudwas is 40 °C ruim voldoende. Wil je handdoeken en beddengoed ook kiemarm hebben, dan heb je 60 °C nodig. Blijf je daaronder, dan worden bacteriën alleen weggespoeld en niet gedood. Let wel op: niet elke machine gaat nog tot 90 °C. Op veel nieuwere modellen is 60 °C het hoogste, of zit een hogere temperatuur alleen op een hygiëne- of onderhoudsprogramma. Kijk dus even wat jouw machine kan.
Dit programma is bedoeld voor polyester, nylon en gemengde vezels. Het draait zachter en centrifugeert lager dan katoen, want kunststofvezels kreuken en slijten sneller als je ze warm wast en hard centrifugeert. Een polyester werkbroek of een regenjas hoort hier thuis, niet bij katoen.
Dit programma draait langzaam en met extra water, zodat kwetsbare stoffen zo min mogelijk langs elkaar schuren. Zijde, kant, dunne lingerie, satijn en gordijnen doe je hierop. Je was komt er wel natter uit, want bij zo’n laag toerental blijft er veel water in zitten. Dat is de prijs voor stof die heel blijft. Zie je twee strepen onder de wastobbe op het etiket? Dan is dit je programma.
Bonte was is bedoeld voor gekleurde kleding van allerlei stoffen. Voor het meeste gekleurde wasgoed is 30 tot 40 °C genoeg. Wordt het warmer, dan laat de kleurstof makkelijker los en verbleekt je kleding sneller. Twijfel je? Check het label, want dat bepaalt hoe ver je mag gaan.
Bij wit kun je warmer wassen zonder dat er kleur uitloopt, maar de stofsoort blijft je grens. Witte katoenen handdoeken kunnen prima op 60 °C. Een wit linnen overhemd hou je beter op 40 °C. Bleekmiddel is geen vaste stap in het proces. Het tast bepaalde vezels en elastaan aan, dus gebruik het alleen als het etiket en de verpakking van het middel dat toestaan.
Het snelprogramma wint tijd door alle drie de wasfactoren terug te schroeven: minder tijd, minder water en minder beweging. Lichte vervuiling gaat er nog wel uit. Echte vlekken niet, en de kans op wasmiddelresten en een muffe restgeur is groter. Gebruik het dus voor een halve trommel kleding die je één keer kort aanhad, en niet voor een volle trommel met vlekken. Sommige machines hebben geen apart snelprogramma, maar een snelfunctie die je gekozen programma inkort. Denk aan QuickDrive bij Samsung of SpeedPerfect bij Bosch en Siemens.
Eco 40-60 is bedoeld voor normaal vies textiel van katoen, linnen of gemengde vezels dat volgens het verzorgingssymbool op 40 °C óf 60 °C mag. Die “40-60” is dus geen temperatuurbereik dat je zelf instelt. Het beschrijft je lading: was met een 40 °C-label en was met een 60 °C-label mogen samen in één trommel. De machine kiest zelf het temperatuurprofiel, dat in de praktijk lager ligt en dat je niet kunt aanpassen.
Die lange looptijd van 3 tot 4 uur is precies waar het om draait. De machine ruilt warmte in voor tijd. In plaats van veel stroom te verbruiken om water op te warmen, laat hij je was langer weken. Zo krijgen de enzymen in het wasmiddel rustig de tijd om het vuil af te breken. Bij normaal vervuilde was word je was daarmee net zo schoon als op een gewoon katoenprogramma.
Eco 40-60 is ook het programma waarop het EU-energielabel gemeten wordt. Sinds maart 2021 zijn de energie- en waterwaarden op dat label op dit programma gemeten en niet op katoen. Daarom staat ook de duur van eco 40-60 op je eigen label. Hoeveel je ermee bespaart, hangt af van je stroomtarief en van hoe vaak je wast. Wat jouw machine verbruikt, lees je op dat label af, uitgedrukt in kWh per 100 wasbeurten.
Waar eco niet voor bedoeld is: zwaar vervuilde was, en alles wat kiemarm moet zijn. Omdat het programma in de praktijk onder de 60 °C blijft, is het niks voor vaatdoeken, babytextiel of beddengoed als er iemand ziek is. Het zuinigste en het hygiënischste programma zijn dus niet hetzelfde, en ze sluiten elkaar zelfs uit. Meer daarover lees je in het blok over hygiënisch wassen hieronder.
Voor hygiënisch wassen heb je 60 °C nodig. Wel op voorwaarde dat het programma die temperatuur echt haalt en lang genoeg vasthoudt. Vanaf 60 °C gaan bacteriën dood en worden allergenen van huisstofmijt onschadelijk gemaakt. Bij 30 tot 40 °C gebeurt dat niet. Bacteriën worden dan vooral weggespoeld, en resten van huisstofmijt blijven grotendeels in de stof zitten. Die 60 °C is daarmee het omslagpunt voor babytextiel, vaatdoeken, theedoeken en beddengoed als er iemand ziek is of een allergie heeft.
Hier botst hygiëne met zuinigheid. Eco 40-60 blijft in de praktijk onder die grens en je kunt de temperatuur niet zelf verhogen. Juist dit wasgoed hoort dus niet op eco. Kies een hygiëne- of antibacterieel programma, of gewoon katoen 60 °C.
Of het überhaupt kan, bepaalt je waslabel. Het getal in de wastobbe is een maximum. Textiel met een 40 °C-label krijg je niet kiemarm, hoe graag je ook wilt. Woont er iemand met een allergie in huis? Dan telt dat labelmaximum al mee als je beddengoed, handdoeken en vaatdoeken koopt. Het is niet iets wat je achteraf met een knop nog rechtzet. Check dus eerst het etiket en draai daarna pas aan de knop.
Het wolprogramma wiegt de trommel zachtjes heen en weer en gebruikt extra water, zodat de vezels niet langs elkaar schuren. Het risico zit bij wol in de beweging en niet in de warmte. Te veel beweging laat wol vervilten en krimpen, ook als je koud wast. Onbehandelde wol en merinowol zijn het kwetsbaarst. Zie je een hand in de wastobbe op het etiket, dan is dit het programma dat je moet hebben.
Spijkerbroeken kunnen meer hebben dan de meeste kleding. Maar warmer wassen dan nodig kost je wel kleur. Het jeansprogramma stemt de trommelbeweging zo af dat denim schoon wordt zonder de stof onnodig te belasten. Keer je spijkerbroeken binnenstebuiten, dan blijft de kleur langer mooi.
In de praktijk doen deze twee programma’s hetzelfde. Ze houden het toerental laag, zodat er minder kreuk in de stof wordt geslingerd. Heeft je machine ze allebei, dan maakt het weinig uit welke je kiest. Het nadeel is dat je was natter uit de machine komt en dus langer moet drogen.
Sportkleding zit vaak vol opdrukken, elastaan of een membraan, en dat kan niet tegen hoge temperaturen. Het sportprogramma blijft daarom koel, maar draait wel lang genoeg om zweetgeur los te weken. Zit die geur er hardnekkig in? Dan helpt de extra-spoeloptie beter dan een hogere temperatuur. Laat wasverzachter weg bij sportondergoed, want dat sluit de vezels af en dan voert de stof je zweet minder goed af.
Dit programma centrifugeert zacht, waardoor bh’s en delicaat ondergoed minder uit model raken. Doe bh’s met beugels altijd in een waszakje. Dat beschermt zowel je beugels als de trommel.
Stoom vind je alleen op wasmachines met een stoomfunctie. Stoom komt dieper in de vezels dan water alleen, waardoor kreukels wegtrekken en geurtjes verdwijnen. Handig voor een overhemd dat je zo nodig hebt, of een jasje dat een beetje muf ruikt. Eén eerlijk nadeel: stoom is geen vervanging voor een wasbeurt. Vuil en vlekken blijven gewoon zitten. Merken hebben eigen namen voor deze functie, zoals AEG ProSteam, LG TrueSteam en Samsung Steam Wash.
Opties zijn extra’s bovenop een basisprogramma. Het zijn geen zelfstandige programma’s. Je kiest dus eerst het programma dat bij je textiel past en zet daarna pas een optie aan. Elke optie kost je iets: tijd, water of stroom. En let op: zodra je een optie aanzet, klopt het verbruikscijfer van je energielabel niet meer. Dat is namelijk alleen gemeten op kaal eco 40-60.
Een te volle trommel wast en spoelt slechter. Je wasgoed kan niet meer bewegen, waardoor elk stuk minder wrijving krijgt en er wasmiddelresten achterblijven. Te leeg is ook zonde, want dan gebruik je bijna evenveel water en stroom voor de helft van de was. De vuistregel is simpel: houd een handbreedte ruimte boven je was vrij. Dat de vulgraad meetelt, erkent de norm zelf. Het verbruik op het energielabel is namelijk gemeten over een volle, een halfvolle én een kwartvolle trommel bij elkaar.
Zoek je wasgoed op in de tabel hieronder en je ziet meteen welk programma, welke temperatuur en welk toerental erbij horen. Werkt het niet zoals je verwachtte? Loop dan deze drie stappen na:
| Wasgoed | Programma | Temperatuur | Toerental |
|---|---|---|---|
| Handdoeken | Katoen | 60 °C | 1400 rpm |
| Beddengoed (katoen) | Katoen | 60 °C | 1200–1400 rpm |
| Dekbedovertrekken | Katoen | 60 °C | 1200 rpm |
| Dekbed of donsdeken | Fijne was of een dekbedprogramma, alleen bij voldoende trommelinhoud | Volg het label, meestal 30–40 °C | Laag, 600–800 rpm |
| Gekleurde T-shirts en broeken | Bonte was | 30–40 °C | 1200 rpm |
| Witte katoenen kleding | Witte was | 40–60 °C | 1200–1400 rpm |
| Wollen trui | Wol | 30 °C | 600 rpm |
| Zijden blouse | Fijne was / zijde | 20–30 °C | 400 rpm |
| Spijkerbroeken | Jeans | 40 °C | 1000 rpm |
| Overhemden en blouses | Overhemden / strijkvrij | 40 °C | 800 rpm |
| Sportkleding (stinkend) | Sportkleding + extra spoelen | 40 °C | 800 rpm |
| Bh’s en ondergoed | Ondergoed / fijne was | 30–40 °C | 600 rpm |
| Satijnen kleding | Fijne was / delicaat | 20–30 °C | 400–600 rpm |
| Polyester werkkleding | Synthetisch | 40 °C | 1000 rpm |
| Fleece | Synthetisch | 30 °C | 600–800 rpm |
| Babykleding, theedoeken, vaatdoeken | Hygiëne / antibacterieel | 60 °C | 1200 rpm |
| Licht vuile kleding (opfrissen) | Kort / snel | 30 °C | 1000 rpm |
| Gordijnen | Fijne was | 30 °C | 400–600 rpm |
| Microvezel doeken | Katoen | 60 °C | 1200 rpm, géén wasverzachter |
Waspoeder komt het best tot zijn recht bij hogere temperaturen en op witte was. Vloeibaar wasmiddel lost beter op bij 20 tot 30 °C en is vriendelijker voor kleuren. Voor wol, zijde en satijn pak je speciaal wol- of fijnwasmiddel, want in gewoon wasmiddel zitten enzymen die dierlijke vezels aantasten. Diezelfde enzymen maken eco 40-60 juist mogelijk: ze breken vuil af bij een lage temperatuur, zolang ze er maar de tijd voor krijgen.
Je was vertelt je zelf welke instelling niet klopte. Dit zijn de zes dingen die je het vaakst tegenkomt, met de vermoedelijke oorzaak en wat je de volgende keer anders doet.
| Wat je ziet of ruikt | Waarschijnlijke oorzaak | Wat je anders doet |
|---|---|---|
| Muffe geur in schone was | De geur komt uit de machine, niet uit de was: bij vrijwel alleen laagtemperatuurwassen hoopt zich biofilm en vetaanslag op | Draai met enige regelmaat een hete was of onderhoudsprogramma zonder wasgoed |
| Grijze waas over witte en lichte was | Structureel te koel wassen, vaak in combinatie met te weinig wasmiddel | Wissel af met een warmere wasbeurt en doseer op de vuilheid en waterhardheid |
| Witte strepen of poederresten in de stof | Te volle trommel of te weinig spoelwerking, bijvoorbeeld na een snelprogramma | Laad minder vol en zet extra spoelen aan |
| Wol kriebelt of is vervilt | Te veel mechanische beweging, niet per se te veel warmte | Gebruik het wol- of handwasprogramma met een laag toerental |
| Kledingstuk is gekrompen | Boven het labelmaximum gewassen, of te veel beweging bij dierlijke vezels | Volg het getal in de wastobbe en kies bij twee strepen een zacht programma |
| Diepe kreuk die er niet uit gaat | Te hoog toerental voor de vezel, of de was bleef na afloop in de trommel liggen | Kies een lager toerental of anti-kreuk en haal de was er direct uit |
Was je bijna altijd op 20 tot 30 °C? Dan blijven er vet en zeepresten achter in de trommel, de leidingen en het rubber. Daar vormt zich na verloop van tijd biofilm, een laagje bacteriën, en dat is wat je later terugruikt in je schone was. Draai daarom met enige regelmaat een hete was of een onderhoudsprogramma, en houd de deur en het rubber droog. Meer over het reinigen van je wasmachine lees je op de onderhoudspagina.
Het toerental bepaalt hoeveel water er na het wassen uit je kleding wordt geslingerd. Hoe hoger, hoe droger je was uit de machine komt en hoe korter hij in de droger hoeft. De keerzijde: meer kreuk, en je vezels krijgen meer te verduren. Voor kwetsbaar textiel kies je dus juist laag.
Wat je extra wint met meer toeren, zakt trouwens snel weg. Bij een normale katoenwas blijft er rond de 58 procent vocht in de was zitten bij 1000 toeren, rond de 52 procent bij 1200 en rond de 50 procent bij 1400 (richtwaarden uit vakmedia, geen norm). Van 1000 naar 1200 scheelt dus zes procentpunten. Van 1200 naar 1400 nog maar twee. Bij een volle was van 7 kilo betekent die eerste stap ruwweg 0,4 liter minder water in je was, en de tweede stap nog zo’n 0,15 liter. Ondertussen krijgt je textiel wél steeds meer te verduren. Meer over het verschil tussen 1400 en 1600 toeren lees je op de toerentalpagina.
Op het energielabel staat naast de energieklasse nog een aparte letterklasse (A tot en met G) voor het centrifugeresultaat. A betekent dat er het minste vocht achterblijft.
Nee. Het katoenprogramma beweegt de trommel veel te heftig en wast te warm voor wol. Je trui kan daardoor krimpen of vervilten. Gebruik het wol- of handwasprogramma met een laag toerental.
Eco ruilt warmte in voor tijd: minder stroom om water op te warmen, en meer inweektijd voor de enzymen in je wasmiddel. Vandaar die 3 tot 4 uur. Hoeveel je bespaart, hangt af van je stroomtarief en van hoe vaak je wast. Wat jouw machine verbruikt, staat op het energielabel in kWh per 100 wasbeurten, gemeten op precies dit programma.
Dat cijfer op het label geldt alleen voor eco 40-60, en het is gemeten over een volle, halfvolle en kwartvolle trommel bij elkaar. Draai je vooral katoen 60 °C, of zet je opties aan zoals voorwas of een snelfunctie, dan verbruikt je machine meer. Er is dan niks kapot. Je wast gewoon anders dan de norm meet.
Het verschil zit in hoe warm je veilig kunt wassen. Bij bonte was blijf je laag om je kleuren te sparen, meestal 30 tot 40 °C. Bij witte was kun je hoger gaan zonder dat er kleur verloren gaat, met de stofsoort als grens.
Bij een halve trommel met licht gedragen kleding wel. Bij vlekken of echt vieze was niet. Het programma heeft dan te weinig tijd, water en beweging, en er kunnen wasmiddelresten achterblijven.
Meestal wel, via de pauzeknop. Veel machines laten je dan het toerental of een optie veranderen. De temperatuur van eco 40-60 kun je niet aanpassen, want die ligt vast in het genormeerde profiel. Wil je een heel ander programma, dan moet je annuleren, het water laten wegpompen en opnieuw beginnen.
Je machine schat de tijd aan het begin en past hem tijdens het draaien aan. Hij weegt je lading, meet de waterhardheid en het schuim, en verlengt de spoelgang als dat nodig is. Springt de tijd ineens twintig minuten? Dat is normaal en geen storing.