Het vulgewicht zegt hoeveel droge was er in één keer in kan. Wat je nodig hebt, hangt af van het aantal mensen in huis, wat voor was je draait en hoe vaak de machine aangaat. Als richtlijn: met 1 of 2 personen is 6 tot 7 kg genoeg, met 3 tot 5 personen zit je beter op 8 of 9 kg, en bij een groot gezin of veel groot wasgoed kies je 9 tot 10 kg. Je kunt het ook zelf narekenen. Een hele set kleding met handdoeken erbij weegt per persoon zo’n 1,5 tot 2 kg. Dat is een vuistregel. Omdat je de trommel nooit tot bovenaan volstopt, kom je met vier personen al gauw op 8 à 9 kg. Let wel op: het vulgewicht dat de fabrikant noemt, geldt alleen voor het gewone katoenprogramma. Bij wol, fijne was en snelwas mag er duidelijk minder in. Kijk daarvoor in de handleiding van je eigen machine, want die is leidend. Voor een tweepersoons dekbedhoes heb je minstens een trommel van 9 kg nodig, anders kan het ding niet vrij bewegen. Koop je te klein, dan sta je vaker te wassen. Te groot is ook niet slim. Zonder beladingsherkenning past de machine het programma namelijk niet aan, dus een halfvolle trommel kost je bijna evenveel als een volle. De Consumentenbond rekende uit dat twee volle wassen in plaats van vier halve tot ongeveer € 30 per jaar scheelt bij machines zonder beladingsherkenning (prijspeil 2026).
Het vulgewicht is het hoogste gewicht aan droge, vuile was dat de fabrikant toelaat. Staat er 8 kg op de doos, dan gaat dat dus over wat je erin gooit voordat er water bij komt. En dat getal hoort bij precies één programma: het gewone katoenprogramma.
Sinds 2021 heeft elke wasmachine het programma Eco 40-60. Dat is bedoeld voor normaal vies katoen dat volgens het wasvoorschrift op 40 of 60 graden mag. Op dat programma wordt ook het energielabel gemeten, met een volle trommel. Sla je handleiding open bij de programmatabel en je ziet het meteen: bij katoen mag er het meeste in én mag de machine het hardst centrifugeren. Bij alle andere programma’s ligt het maximum lager.
Nog iets wat veel mensen niet weten: het vulgewicht zegt niets over hoe groot de trommel in liters is. Twee machines met hetzelfde aantal kilo’s kunnen een verschillend grote trommel hebben. Die literinhoud staat bij de productspecificaties. Was je vaak grote stukken, kijk daar dan naar naast de kilo’s. Bij een dekbedovertrek loop je namelijk eerder tegen de ruimte aan dan tegen het gewicht.
Droog. Je weegt of schat dus wat je erin doet, niet wat er straks uit komt. Natte was weegt een stuk meer, want stof zuigt water op. Hoeveel dat is, hangt af van het materiaal. Katoen en badstof slurpen veel meer water op dan synthetische stoffen.
Hoeveel water er na afloop nog in zit, lees je af aan het energielabel. Het restvocht is daar de hoeveelheid water gedeeld door het droge gewicht van het katoenen wasgoed, gemeten op Eco 40-60 bij het hoogste toerental. Draait je machine 1400 toeren, dan blijft er gemiddeld ongeveer 50% restvocht achter. Een volle trommel van 8 kg weegt na het centrifugeren dus zo’n 12 kg: 8 kg was plus ongeveer 4 kg water. Dat is een richtgetal, gerekend met dat gemiddelde. Vóór het centrifugeren is het nog zwaarder.
Daarom voelt een volle trommel zo loodzwaar aan als je hem leeghaalt. En daarom moet je machine ook harder werken om in balans te blijven. Wat jouw machine achterlaat, zie je aan de centrifuge-efficiëntieklasse op het energielabel.
AEG PowerCarescore 8,8Het vulgewicht dat de fabrikant noemt, geldt voor katoen. Bij wol, fijne was en snelwas mag er merkbaar minder in. Die programma’s bewegen minder, gebruiken minder water of duren korter. Hoeveel minder precies, verschilt per machine. Kijk dus in je eigen handleiding. Dat is geen makkelijk antwoord om eronderuit te komen: bij twee programma-overzichten van dezelfde fabrikant staat wol bij de ene machine op maximaal 2,0 kg en bij de andere op 3,5 kg.
| Programma | Toegestane belading | Waar het getal vandaan komt |
|---|---|---|
| Katoen / Eco 40-60 | Het volledige opgegeven vulgewicht | Programmatabel handleiding: hoogste belading en hoogste toerental |
| Synthetisch / fijne was | Duidelijk lager dan katoen | Exact maximum verschilt per machine; zie je handleiding |
| Wol | 2,0 kg of 3,5 kg | Twee programma-overzichten van dezelfde fabrikant (BSH) |
| Snelwas (20 minuten) | 3 kg | Programma-overzicht fabrikant (BSH) |
| Eco donker katoen | 4,0 kg | Programma-overzicht fabrikant (BSH) |
Deze getallen komen van specifieke machines, en van die machines weten we het totale vulgewicht niet. Reken ze dus niet om naar een percentage van jouw maximum. Plak ze ook niet zomaar op een machine van 8 kg. Gebruik de tabel alleen om te zien hoe groot de verschillen zijn en zoek daarna het maximum van je eigen machine op.
Dat hangt af van hoeveel mensen er bij je wonen, wat je wast en hoe vaak de machine aangaat. Voor de meeste huishoudens is 8 of 9 kg een veilige middenweg. Woon je alleen, dan is 6 of 7 kg genoeg. Hieronder loop ik de punten langs waar je op moet letten.
Meer mensen betekent meer was. Zie de tabel hieronder als richtlijn en niet als wet. Fabrikanten en winkels zijn het hier duidelijk niet over eens. De één zet een gezin van drie tot vijf personen op 8 kg, de ander schuift meteen een maat op. Reken het daarom liever zelf even na. Een hele set kleding met handdoeken en beddengoed erbij weegt per persoon ongeveer 1,5 tot 2 kg, als vuistregel. Voor vier personen kom je dan op zo’n 6 tot 8 kg droge was. En omdat je de trommel niet tot de rand vult, kom je uit op 8 à 9 kg.
| Aantal personen | Aanbevolen vulgewicht | Wasbeurten per week | Geschikt voor |
|---|---|---|---|
| 1 persoon | 6 kg | 1 tot 2 | Dagelijks wasgoed, handdoeken |
| 2 personen | 6 of 7 kg | 2 tot 3 | Dagelijks wasgoed, beddengoed |
| 3 tot 5 personen | 8 of 9 kg | 3 tot 5 | Dagelijks wasgoed, dekbedden, gordijnen |
| Meer dan 5 personen | 9 of 10 kg | 5 of meer | Alle wasgoed, ook grote items |
Woon je alleen of met z’n tweeën? Dan voldoet een kleinere wasmachine prima en betaal je minder bij de aanschaf. Grote gezinnen hebben meer aan een grote wasmachine van 9 of 10 kilogram. Koop vooral niet groter dan nodig. Draai je steeds halve wasjes, dan betaal je twee keer: eerst in de winkel en daarna bij elke wasbeurt.
Niet elk huishouden past netjes in zo’n tabel. Was je veel sportkleding? Heb je kleine kinderen en dus veel kleine wasjes? Verschoon je vaak de bedden? Dan zit je qua ruimte al snel een maat hoger dan het aantal personen doet vermoeden. Was je juist weinig en heb je nauwelijks groot wasgoed, dan kun je rustig een maat lager blijven.
Grote dingen zoals dekbedden en gordijnen nemen veel plek in. Zelfs als jullie met z’n tweeën zijn, kan een groter vulgewicht dan handig zijn. Dit heb je per item minimaal nodig:
| Item | Minimaal vulgewicht | Opmerking |
|---|---|---|
| Dekbed(hoes) 140×200 cm of kleiner | 7 kg | Moet vrij kunnen bewegen in de trommel |
| Dekbed(hoes) comfortmaat 155×220 tot 160×220 cm | 8 kg | Voor deze veelgebruikte maat hoef je geen 9 kg te kopen |
| Dekbed(hoes) 200×200 cm of groter | 9 kg, liever 10 kg | Bij 8 kg past het fysiek wel, maar het wasresultaat is beter in een grotere trommel |
| Gordijnen | 8 kg | Was op laag toerental om kreukels te beperken |
Was je veel grote stukken, kijk dan ook naar de literinhoud in de specificaties. Een dekbedovertrek weegt weinig maar neemt veel plek in. De ruimte in de trommel telt hier dus zwaarder dan het aantal kilo’s.
Om het wat concreter te maken: 1 kg wasgoed is ongeveer 5 T-shirts, 1 spijkerbroek of 2 handdoeken. Ook dat is een vuistregel. Het echte gewicht hangt af van de stof en de maat. Een dikke trui of een badstof handdoek weegt veel meer dan een T-shirt van hetzelfde formaat.
Bijna altijd wel, want een maat groter kost je nauwelijks extra breedte of hoogte. Voorladers zijn vrijwel allemaal zo’n 85 cm hoog en 60 cm breed. Het verschil zit in de diepte. Machines in het middensegment van 8 tot 10 kg zijn ongeveer 55 tot 60 cm diep.
De vraag “past hij nog?” gaat bij een nis dus over de diepte en over de ruimte om je deur open te krijgen, niet over de breedte. Over hoeveel diepte een maat groter precies kost, spreken bronnen elkaar tegen. Vertrouw dus niet op een vuistregel. Zoek de opgegeven diepte op bij de specificaties en meet daarna je nis na, met de standaardmaten van een wasmachine ernaast.
Draai je liever één grote was per week? Dan heb je wat aan een hoger vulgewicht, want dan past alles in één keer. Was je liever kleine ladingen, bijna elke dag? Dan is een kleiner vulgewicht prima. Was opsparen waar dat kan scheelt wasbeurten en dus slijtage.
Omdat dat maximum hoort bij droog katoen op één specifiek programma, en dat is de meest compacte was die er is. Gooi je er handdoeken, een trui of beddengoed bij, dan zit de trommel qua ruimte al vol voordat je in de buurt van dat gewicht komt. Het getal op de doos is een bovengrens onder ideale omstandigheden. Geen streefgetal voor elke dag.
Er is dus niks mis met je machine, en het is ook geen reden om te gaan proppen. Het betekent alleen dat je bij het kiezen beter kunt kijken naar hoeveel plek je normale was inneemt dan naar het aantal kilo’s. Was je vooral handdoeken, dekbedovertrekken en truien, dan kom je eerder ruimte tekort dan dat je gewicht overhoudt.
Je ziet het aan de trommel voordat je start, en je hoort het aan de machine tijdens het wassen. De makkelijkste check gaat zo: leg je hand plat boven op de was in de trommel. Past er een handbreedte tussen de was en de bovenkant van de trommel, dan zit je goed. Het is een vuistregel en geen voorschrift, maar je hebt er geen weegschaal voor nodig.
Aan deze signalen merk je dat je structureel te vol laadt:
Onbalans komt trouwens niet alleen door te vol laden. Was je één groot stuk in je eentje, bijvoorbeeld een tweepersoons dekbed in een trommel van 9 kg, dan klontert dat nat samen aan één kant. Je machine geeft dan onbalans aan en breekt het centrifugeren af. Gooi er een paar lichte stukken bij en verdeel de lading opnieuw. Blijft je wasmachine trillen bij elke was, dan ligt het niet aan wat erin zit.
Een halfvolle trommel kost je bijna evenveel als een volle. Dat komt doordat een machine zonder beladingsherkenning het programma niet aanpast aan hoeveel was erin zit. De Consumentenbond rekende uit dat twee volle wassen draaien in plaats van vier halve tot ongeveer € 30 per jaar scheelt (prijspeil 2026). Dat voorbeeld gaat uitdrukkelijk over machines zonder beladingsherkenning.
Machines met een beladingssensor stemmen het water- en energieverbruik vanzelf af op hoeveel was erin zit. Halfvol wassen is dan minder erg, al blijft één volle was zuiniger dan twee halve. Draai je vrijwel altijd halve wasjes, dan heb je meer aan zo’n sensor dan aan een kleinere trommel.
Belangrijk om te weten: het energielabel wordt gemeten op Eco 40-60 met een volle trommel. Dat label vertelt je dus hoe zuinig de machine is in precies die situatie die je thuis zelden haalt. En haal twee dingen niet door elkaar. De bekende besparingscijfers horen bij het programma en niet bij de grootte van de trommel. Uit onderzoek van de Consumentenbond blijkt dat eco-wassen gemiddeld ongeveer 30% energie scheelt ten opzichte van het katoenprogramma. Dat is in de orde van 0,4 kWh per wasbeurt, ofwel zo’n € 16,50 per 100 wasbeurten bij een aangenomen tarief van € 0,30 per kWh (prijspeil 2026). Altijd op eco wassen levert je dus meer op dan een maat groter kopen. Meer daarover lees je bij het verbruik per wasbeurt.
Maar ga aan de andere kant ook niet proppen. Een te volle trommel geeft een minder schone was, meer kreukels en nattere kleding. De was kan dan namelijk niet meer vrij vallen en rondtuimelen. Zonder die beweging komen water en wasmiddel niet goed bij de stof. Een steeds overvolle trommel belast je machine bovendien zwaarder en kan onbalans geven tijdens het centrifugeren. Houd dus altijd wat lucht over boven de was.
Nee. Het opgegeven vulgewicht is een maximum van de fabrikant en geen richtgetal waar je overheen mag gaan. Zit er meer in, dan kan de was niet meer vrij vallen en rondtuimelen. Water en wasmiddel komen dan slechter bij de stof, en je was wordt minder schoon.
Daar komt bij dat een steeds overvolle trommel je machine zwaarder belast en onbalans kan veroorzaken. Gaat er iets stuk terwijl je de machine buiten de voorschriften gebruikte, dan kan dat gevolgen hebben voor je garantie. Het maximum uit je handleiding is dus echt de bovengrens, en in de praktijk blijf je daar nog wat onder.
Minder dan bij een volle trommel, maar niet zomaar de helft. Op de verpakking van je wasmiddel staat een dosering per waslading én per waterhardheid. Die twee samen bepalen wat je nodig hebt. Gebruik je bij een halve trommel de volle dosis, dan blijven er wasmiddelresten in je kleding achter.
Een machine met automatische wasmiddeldosering neemt dat rekenwerk van je over. Zo’n systeem kijkt naar hoeveel was erin zit, hoe hard het water is, hoe vies de was is en hoe geconcentreerd het wasmiddel is. Daarmee kiest het zelf het programma, de hoeveelheid wasmiddel en het waterverbruik. Handig, want het lost meteen je verbruik en je dosering op. Toch blijft er een eerlijk nadeel: een sensor is geen vervanging voor goed inladen. Eén volle was is nog altijd zuiniger dan twee halve.
Droog wasgoed. Het opgegeven vulgewicht gaat altijd over de droge, vuile was die je in de trommel doet. Tijdens het wassen zuigt de stof water op en wordt de lading een stuk zwaarder. Hoeveel zwaarder, hangt af van het materiaal.
De was kan niet vrij bewegen, het wasmiddel wordt slecht verdeeld en je kleding komt natter uit de machine, omdat het water er tijdens het centrifugeren niet goed uit geslingerd wordt. Je kleding kreukt meer. En een trommel die steeds overvol zit, belast de machine zwaarder en kan onbalans geven.
Nee, één volle grote was is zuiniger dan twee kleinere wassen. Draai je een grotere machine steeds halfvol en heeft hij geen beladingsherkenning, dan verbruik je per kilo was wel meer water en energie. Met een beladingssensor valt dat verschil mee.
Omdat katoen in de programmatabel het programma is waarbij er het meeste in mag en waarbij de machine het hardst mag centrifugeren. Programma’s als wol, fijne was en snelwas bewegen minder, gebruiken minder water of duren korter. In diezelfde handleiding staat voor die programma’s dan ook een lager maximum.
Ja, zeker als je een droger hebt. Het restvocht is een percentage, dus in kilo’s groeit het mee met de trommel. Een volle was van 9 kg bevat bij 1400 toeren nog ongeveer 4,5 kg water en bij 1600 toeren ongeveer 4,0 kg. Dat zijn richtgetallen op basis van gemiddelde restvochtpercentages. Die halve liter verschil moet je droger er anders uit verdampen.