Wanneer is de wasmachine uitgevonden?

Picture of Jayden Wassink
Jayden Wassink

Laatst geupdate op 10 mei 2026

✨ Korte samenvatting

De wasmachine heeft een lange geschiedenis die begint in de 18e eeuw, met simpele houten tonnen en peddels die het schrobben met de hand moesten verlichten. In de 19e eeuw groeiden die uit tot stevigere mechanische apparaten voor fabrieken, washuizen en uiteindelijk ook thuis, met horizontale en verticale trommels die de basis legden voor alles wat daarna kwam. De echte doorbraak was de Thor in 1908: de eerste commercieel geproduceerde elektrische wasmachine, met een elektromotor die de trommel liet draaien. Vanaf de jaren vijftig kwamen de eerste volautomaten die wassen, spoelen en centrifugeren zelfstandig afhandelden. Het basisprincipe is sindsdien niet veranderd, alleen is elke generatie weer wat stiller, zuiniger en slimmer geworden.

Van handwas naar slim wassen

De eerste trommels en wringers

Na de eerste houten kuipen kwamen er trommelmachines die echt op een wasmachine begonnen te lijken. Je stopte de was in een houten of metalen trommel en draaide die rond met een hendel. Dat was al een stuk minder zwaar dan met de hand schrobben.

Sommige modellen hadden bovenop een wringer: twee rollen die het water uit je was knepen. Handig, want uitwringen met de hand kost verrassend veel energie. Deze machines werkten zonder stroom en waren bedoeld voor thuis, soms gedeeld door meerdere gezinnen. Ze namen een deel van het zware werk over, maar automatisch was het nog lang niet.

Hoe de mechanische basis ontstond (1850 tot 1900)

Tussen 1850 en 1900 werden wasmachines steviger en slimmer. Trommels draaiden efficiënter en gingen langer mee. Er kwamen modellen die naast wassen ook konden spoelen of persen. In deze periode ontstonden ook de twee trommelvormen die je nu nog kent: horizontaal en verticaal. Die zie je later terug in de elektrische frontloader en toploader.

Fabrikanten vergrootten de capaciteit en maakten de bediening soepeler, met hendels, slingers of trappen. Zo kon één persoon meer was in minder tijd verwerken. Rond 1900 lag de mechanische basis klaar. Elektrische motoren, automatische waterinlaat en vaste wasprogramma’s kwamen daarna. Die stap beschrijven we verderop.

Eén machine, veel verschillende werelden

Van thuis tot fabriek: de eerste houten machines

In de 18e eeuw bedachten uitvinders hulpmiddelen om wassen minder zwaar te maken. De eerste wasmachines waren simpele houten apparaten: een kuip of ton met een mechanisme dat de was heen en weer bewoog of liet draaien, zodat je minder hoefde te schrobben en stampen in een tobbe.

Sommige modellen hadden houten peddels of armen die je met een hendel of slinger bewoog. Daardoor wreef de was langs zichzelf en langs de peddels, zodat vuil loskwam. Water vullen, zeep toevoegen, uitwringen en naspoelen deed je nog zelf. Toch was dit een belangrijke stap: het liet zien dat een machine echt werk kon overnemen.

Voor elk gebruik een ander model

In de 19e eeuw werd al snel duidelijk dat één ontwerp niet voor iedereen werkte. Grote, zware machines voor fabrieken en professionele wasserijen moesten veel was in één keer kunnen verwerken en draaiden op stoom of riemaandrijving. In openbare wasplaatsen en washuizen stonden middelgrote machines die mensen deelden, vaak nog met de hand bediend. Voor thuis kwamen compactere en betaalbare modellen die in een keuken of bijkeuken pasten. Die bleven tot ver in de 19e eeuw handmatig, simpelweg omdat elektriciteit nog niet overal beschikbaar was.

Zo ontstonden er al vroeg duidelijk verschillende richtingen: de ene machine werd steeds groter en krachtiger voor professioneel gebruik, de andere juist kleiner en gebruiksvriendelijker voor thuis. Die splitsing zie je vandaag nog terug in het verschil tussen commerciële wasmachines en huishoudmodellen.

Gebruiksplaats Formaat Bediening
Fabrieken Zeer groot Stoom- of motoraandrijving
Wasserijen Groot Hand- of riemaandrijving
Openbare wasplaatsen Middelgroot Handmatig door meerdere gebruikers
Washuizen Middelgroot Handaandrijving
Huishoudens Compact Slinger of pedaal

Van handwerk naar automatisch wassen

Hulpmiddelen die het zware werk overnamen

Na de eerste houten machines kwamen er meer mechanische hulpmiddelen die ook andere stappen makkelijker maakten. Wringers persten water uit natte was met twee rollen, zodat je niet meer met de hand hoefde uit te wringen. Mangels maakten gedroogd wasgoed gladder zonder eindeloos strijken. Grotere waskuipen met ingebouwde peddels konden meer was in één keer aan. Draaiende trommels namen het schrobben grotendeels over. Zo werd wassen steeds meer een proces waarbij je vooral bediende in plaats van zelf hard werkte.

Van de eerste stekker tot wassen via je telefoon

Rond 1908 kwam de eerste commercieel geproduceerde elektrische wasmachine op de markt: de Thor. Die werd gemaakt door de Hurley Machine Company in de VS en had een elektromotor die de trommel liet draaien in een kuip met water en zeep. Het Thor-principe uit patent US966677 uit 1909, een horizontale trommel die elektrisch draait, zie je vandaag nog terug in bijna elke frontloader.

Als gebruiker moest je het water nog wel zelf vullen en later weer laten weglopen. Ook verplaatste je de was vaak naar een aparte centrifuge of wringer om het water eruit te krijgen. Maar de motor scheelde al veel tijd en moeite. Tussen ongeveer 1920 en 1950 werden elektrische wasmachines veiliger, met betere isolatie en afscherming van bewegende delen. Met timers en thermostaten kon je de tijd en temperatuur instellen zonder er steeds naast te blijven staan.

In de jaren vijftig kwamen de eerste volautomatische wasmachines voor gewone huishoudens. Die deden het hele wasproces in één programma. Voor jou als gebruiker werd het vooral: was erin, weten waar je wasmiddel moet, en een programma kiezen. Vanaf de jaren tachtig kwamen er sensoren die de belading inschatten en het waterverbruik daarop aanpassen, kortere programma’s voor licht vervuilde was en zuinigere motoren.

Moderne wasmachines kunnen meten hoe troebel het water is en beslissen of een extra spoelbeurt nodig is. Sommige modellen start je via een app. De basis blijft hetzelfde als in 1908: een motor die de trommel draait, maar elke generatie weer wat sneller, veiliger en zuiniger.