De handtest is de makkelijkste manier om te checken of je trommel goed gevuld is: schuif je hand rechtop tussen de was en de trommelrand, en als die er net tussen past zit je goed. Te vol betekent dat de was nauwelijks beweegt, je meer geluid en trillingen hebt en je kleding minder schoon wordt. Te leeg kost juist meer energie per kilo en slijt je kleding sneller doordat het door de trommel kletst. Het vulgewicht op je machine geldt altijd voor droog wasgoed bij het katoenprogramma, en vuistregels helpen daarbij: een handdoek is zo’n 500 gram, een spijkerbroek 700 gram, een T-shirt 200 gram en een tweepersoons dekbedovertrek 1,5 kilo. Eén goed gevulde trommel is efficiënter dan twee halve wasjes, maar ga nooit boven het maximale vulgewicht.
Stop je was in de trommel en schuif je hand rechtop tussen de was en de bovenkant. Je hand moet er net tussen passen, met een beetje ruimte. Lukt dat niet? Dan zit de trommel te vol. Is er juist veel ruimte over, dan kan er nog wat bij. Richt op ongeveer driekwart vol: dan kan de was goed bewegen en wast de machine efficiënt.
Sorteer eerst op kleur en stof, bijvoorbeeld handdoeken apart en lichte katoenen kleding apart. Schat dan in of het in één keer past. Vul de trommel daarna losjes: niet proppen. Leg de was er laag voor laag in en schud grotere stukken even uit, zodat ze niet als één klont blijven zitten. Check tussendoor met de handtest.
In de praktijk werkt deze volgorde het prettigst:
Draait de was rustig rond en hoor je een gelijkmatig, zacht geluid? Dan zit de vulling goed. Is de trommel te vol, dan beweegt de was nauwelijks. Je hoort het meteen: meer lawaai, meer trillingen en soms gebonk bij het centrifugeren. Water en wasmiddel komen dan minder goed tussen de kleding, dus je was wordt ook minder schoon.
| Vulling | Beweging | Geluid | Wasresultaat | Slijtage |
|---|---|---|---|---|
| Goed gevuld | Draait gelijkmatig rond | Rustig | Goed schoon | Normaal |
| Te vol | Nauwelijks beweging | Hard, soms gebonk | Niet goed schoon | Sneller |
| Te leeg | Was schiet rond | Kletsend | Wel schoon | Meer textielslijtage |
Was je vaak te vol, dan krijgt de machine steeds een zwaardere klus. De motor en ophanging slijten sneller en je was wordt vaker minder schoon. Volgens Milieu Centraal en de Consumentenbond kost één extra katoenwas op 40°C gemiddeld zo’n 0,6 kWh stroom en 50 liter water. Draai je drie extra beurten per week, dan loopt dat op jaarbasis al snel richting €35 aan extra energie- en waterkosten. Dat vinden we zonde.
Was je structureel te leeg, dan draai je meer wasjes voor dezelfde hoeveelheid wasgoed. Ook dat kost onnodig energie, water en wasmiddel, en zorgt voor extra slijtage aan je machine én je kleding.
Voor de meeste was geldt halfvol tot goed gevuld als de beste middenweg. Bij katoen kan iets aan de volle kant nog net. Maar bij fijne was en wol is driekwart trommel echt de max. Die stoffen hebben meer ruimte nodig om netjes te blijven.
Ken je dat gebonk uit de bijkeuken? Die machine die tijdens het centrifugeren ineens over de vloer lijkt te lopen. In de meeste gevallen ligt dat niet aan de machine zelf, maar aan hoe de was in de trommel ligt. En dat kun je zelf oplossen.
Bij het centrifugeren draait de trommel met 1200 tot 1600 toeren per minuut rond. Ligt al het zware wasgoed aan één kant, dan is de trommel uit balans. De machine merkt dat en gaat trillen, of stopt tussendoor om de was opnieuw te verdelen. Daardoor duurt je wasbeurt langer en wordt je was minder droog uit de trommel gehaald.
Begin met de grote, zware stukken: handdoeken, spijkerbroeken, dekbedovertrekken. Verdeel die losjes over de bodem van de trommel, niet als één stapel. Daarna komen de middelgrote stukken, zoals shirts en truien. Vul tot slot de kleine, lichte dingen zoals sokken en ondergoed in de tussenruimtes.
Zo blijft het gewicht gelijkmatig verdeeld. In de praktijk merk je dat vooral aan het geluid: minder gebonk, minder trillingen en een machine die netjes op zijn plek blijft staan.
Een dekbedovertrek dat als een zak om de rest van de was heen sluit, is een klassieker. De kleine stukken zitten dan opgesloten en de hele lading wordt één zwaar pakket aan één kant van de trommel. Knoop grote hoezen daarom dicht of stop ze er los ingevouwen in.
Ook één zwaar item in een verder lege trommel is geen goed idee. Denk aan een badmat of een enkele spijkerbroek. Die klapt tijdens het centrifugeren steeds tegen dezelfde kant. Doe er dan wat handdoeken of shirts bij om het gewicht te verdelen.
Dan hoeft het niet aan je was te liggen. Staat de machine niet waterpas of nog op de transportbouten, dan trilt hij ook bij een perfect gevulde trommel. Controleer dat eerst voordat je aan je vulmethode gaat sleutelen.
AEG PowerCarescore 8,8Het vulgewicht is het maximale aantal kilo’s droog wasgoed voor het standaard katoenprogramma. Een machine van 8 kilo kan dus 8 kilo droge katoenwas aan. Het gaat om het gewicht vóór het wassen, niet om nat wasgoed.
De meesten wegen hun was niet steeds af. Handig om te weten: een handdoek is ongeveer 500 gram, een spijkerbroek rond de 700 gram, een T-shirt zo’n 200 gram en een tweepersoons dekbedovertrek ongeveer 1,5 kilo. Even optellen, en je zit al dicht in de buurt.
| Item | Gewicht |
|---|---|
| T-shirt | 200 gram |
| Handdoek | 500 gram |
| Spijkerbroek | 700 gram |
| Tweepersoons dekbedovertrek | 1.500 gram |
Wil je het een keer preciezer doen? Weeg jezelf met en zonder wasmand op een personenweegschaal en trek de twee van elkaar af. Na een paar keer heb je snel gevoel voor je standaardladingen.
Een halfvolle machine gebruikt bijna evenveel stroom, water en wasmiddel als een volle. Per kilo was is dat veel minder efficiënt. Moderne machines passen het waterniveau wel wat aan bij een kleine lading, maar dat scheelt lang niet zoveel als je zou denken.
Kun je was combineren? Doe dat dan. Één volle trommel is zuiniger dan twee halfvolle. Ga alleen niet over het opgegeven vulgewicht heen. De was wordt dan minder schoon en je belast de motor onnodig. Dat vinden we zonde.