wasmachine-info.nl

Waar zoek je naar?

Typ om de artikelen te doorzoeken.

    Doe de keuzehulp

    Wanneer is de wasmachine uitgevonden?

    De wasmachine kwam er stap voor stap. Eerst hielp een mechaniek het zware handwerk verlichten, daarna nam een motor het draaien over. Pas later kon één apparaat zelf wassen, spoelen en centrifugeren. Welk jaartal je zoekt, hangt dus af van wat je met “de wasmachine” bedoelt.

    Bekijk de mijlpalen
    Een moderne Bosch-wasmachine staat aan het einde van een smalle wasruimte.

    In het kort

    Een wasmachine is niet in één keer uitgevonden zoals we hem nu kennen. In de 18e eeuw bestonden al houten apparaten om de was mechanisch te bewegen. Een goed gedocumenteerd voorbeeld is Jacob Christian Schäffer, die zijn machine in 1767 beschreef. Die nam werk over, maar je moest nog zelf water vullen, spoelen en uitwringen.

    De elektrische motor en automatische besturing kwamen later. Het museum The Henry Ford dateert zijn Thor op circa 1907. Voor huishoudelijke volautomaten is 1937 een belangrijke mijlpaal: toen verscheen de Bendix Home Laundry. De bekende jaartallen beschrijven dus verschillende stappen, geen drie kandidaten voor één en dezelfde uitvinding.

    De drie hoofdstukken
    01Hout, handwerk en gebruikers02Trommels en wringers03Elektrisch en automatisch

    Eén machine, veel verschillende werelden

    De eerste houten machines

    In de 18e eeuw werkten uitvinders aan een simpele vraag: kan wassen niet wat minder zwaar? Een bekend voorbeeld is Jacob Christian Schäffer, die in 1767 een publicatie over zijn houten wasmachine uitbracht. De eerste wasmachines waren dan ook niet meer dan een houten kuip of ton met een mechanisme dat de was heen en weer bewoog. Zo hoefde je minder te schrobben en te stampen in een tobbe.

    Sommige modellen hadden houten peddels of armen die je met een hendel of slinger bewoog. De was wreef daardoor langs zichzelf en langs die peddels, waardoor het vuil loskwam. Water vullen, zeep toevoegen, uitwringen en naspoelen deed je nog gewoon zelf. Toch was dit een belangrijke stap. Zo nam een machine een stukje werk over.

    Een houten wasbord met geribbeld metalen midden staat naast een lege zinken tobbe.
    Een wasbord en een lege zinken tobbe.

    Waarom er niet één type wasmachine kwam

    In de 19e eeuw bleek al snel dat één ontwerp niet voor iedereen werkte. Een fabriek heeft nu eenmaal andere wensen dan een gezin met een bijkeuken.

    In fabrieken en professionele wasserijen stonden grote, zware machines. Die moesten veel was in één keer aankunnen. Aandrijfkracht kon via een riem worden overgebracht, bijvoorbeeld vanuit een centrale stoomaandrijving. In openbare wasplaatsen en washuizen vond je middelgrote machines die mensen samen gebruikten, meestal nog met de hand bediend. En voor thuis kwamen er compactere, betaalbaardere modellen die in een keuken of bijkeuken pasten. Bij zulke huishoudelijke machines bleef handwerk lang belangrijk. Een bruikbare motor, de aansluitingen in huis en de aanschafprijs maakten samen verschil; alleen de aanwezigheid van elektriciteit was niet genoeg.

    Zo ontstonden er vroeg al twee richtingen. De ene machine werd steeds groter en krachtiger voor professioneel gebruik. De andere juist kleiner en makkelijker in gebruik voor thuis. Dat verschil zie je nu nog steeds: een commerciële wasmachine in een wasserette is een heel ander apparaat dan het model dat bij jou thuis staat.

    Verschillende gebruikers, verschillende machines
    Gebruiksplaats Formaat Bediening
    Fabrieken Zeer groot Bijvoorbeeld stoomkracht, via een overbrenging
    Wasserijen Groot Handkracht of een motor met riemoverbrenging
    Openbare wasplaatsen en washuizen Middelgroot Handmatig, vaak door meerdere gebruikers
    Huishoudens Compact Slinger of pedaal

    Schematisch overzicht; uitvoering en aandrijving verschilden per tijd en plaats. Schuif opzij voor de hele tabel

    Trommels, wringers en handkracht

    Trommels en wringers: minder spierkracht, meer machine

    Na de eerste houten kuipen kwamen er trommelmachines die echt op een wasmachine begonnen te lijken. Je stopte de was in een houten of metalen trommel en draaide die rond met een hendel. Al een stuk minder zwaar dan met de hand schrobben.

    Sommige modellen hadden bovenop een wringer: twee rollen die het water uit de was knepen. Fijn, want uitwringen met de hand kost verrassend veel energie. Deze machines werkten zonder stroom, soms gedeeld door meerdere gezinnen. Ze namen een deel van het zware werk over, maar automatisch was het nog lang niet.

    Twee katoenen handdoeken hangen met houten wasknijpers aan een waslijn in een achtertuin.
    Twee handdoeken aan de waslijn.

    De mechanische basis (1850 tot 1900)

    Tussen 1850 en 1900 verschenen uiteenlopende trommelmachines en mechanismen om de was te bewegen. Een bewaard exemplaar van Thomas Bradford and Co. heeft bijvoorbeeld een houten trommel die je via een handwiel en tandwielen laat draaien. Zo’n machine is dus nog in een museumcollectie te zien. Trommelstand en laadopening zijn trouwens twee verschillende dingen. Een bovenlader kan ook een horizontale trommel hebben.

    Er waren uitvoeringen met hendels, slingers of pedalen. Die konden het werk verdelen tussen handen en voeten, al moest je nog steeds zelf kracht zetten. Rond 1900 bestonden er al verschillende mechanische oplossingen. Elektrische motoren en vaste wasprogramma’s kwamen daarna, en die stap beschrijven we verderop.

    Van handwerk naar automatisch wassen

    De opkomst van de elektrische wasmachine

    De Thor van Hurley Machine Company in de VS is een bekend vroeg elektrisch model. The Henry Ford bewaart een exemplaar dat het museum op circa 1907 dateert, met Alva J. Fisher als betrokken uitvinder. De belangrijke stap was de motor: die nam het aandrijven van het wasmechanisme over.

    Bij veel vroege elektrische machines deed je water vullen, afvoeren en het natte wasgoed verplaatsen nog zelf. Daarna gebruikte je een wringer of een aparte centrifuge, afhankelijk van de uitvoering. Maar de motor scheelde al een hoop spierwerk. Een elektrisch aangedreven machine was daarmee nog geen volautomaat. Later namen timers, temperatuurregeling en betere afscherming meer handelingen en risico’s weg.

    Volledig automatisch wassen

    De Bendix Home Laundry uit 1937 geldt als een vroege in serie geproduceerde volautomaat: wassen, spoelen en centrifugeren werden onderdeel van één automatisch proces. Voor jou als gebruiker werd het: was erin, wasmiddel erin, programma kiezen. Klaar. Dat zo’n apparaat bestond, betekent natuurlijk niet dat meteen ieder huishouden er een had.

    Met elektronica en sensoren konden machines hun programma steeds meer op de lading afstemmen. Denk aan watergebruik en de geschatte duur. Ook kwamen er kortere programma’s voor licht vervuilde was en andere motoren. Hoeveel water en tijd dat scheelt, hangt van het model en het programma af.

    Van automatische naar slimme functies

    Moderne wasmachines kunnen bijvoorbeeld de belading inschatten; sommige modellen gebruiken aanvullende sensoren voor het wasproces. Andere kun je via een app bedienen. Welke functies er echt zijn, verschilt per uitvoering. Het vertrouwde principe blijft: wasgoed beweegt in water met wasmiddel. De besturing kan slimmer worden, maar nieuwer betekent niet vanzelf dat ieder programma sneller of zuiniger is.

    Van een houten ton
    naar het huishouden van nu

    Lees de uitgebreidere geschiedenis, met meer uitvinders, technieken en veranderingen in het dagelijks leven.

    Lees de volledige geschiedenis